MPV
Project Guatemala  

De Quetzal Vliegt


Via o.a. de emailberichten-service "De Quetzal Vliegt .....!" houdt BIS u op de hoogte van exposities, films, boeken en andere activiteiten rond Guatemala.

  Jaarbericht 2005 Manos Campesinas (Guatemala)
De gemeente Venlo steunde via het Mondiaal Platform Venlo de koffiecoöperatie drie jaren en ook vanuit de gemeente Maastricht werd twee keer een financiële bijdrage gegeven.
Van Jeroen Bollen, werkzaam bij Manos Campesinas, ontvingen wij bijgaand jaaroverzicht.



Bij de boeren in Guatemala op de koffie

Vertegenwoordigers van het Mondiaal Platform Venlo (MPV) waren in oktober 2002 op bezoek bij de koffie-cooperatie Manos Campesinas in Guatemala.
Een interview met Hans Spee over Manos Campesinas, het belang van koffie met het keurmerk Max Havelaar en Douwe Egberts.

Drink nooit koffie bij de koffieboeren in Guatemala want dan kom je op de koffie! Die koffie is gewoon niet te drinken.” zegt Hans Spee. Hans is samen met enkele leden van het Mondiaal Platform op bezoek geweest bij de koffieboeren van de coöperatie Manos Campesinas in Guatemala. In de jaren 2001, 2002 en 2003 steunt Venlo deze coöperatie. Piet Linders vraagt naar de reiservaringen van Hans en hoe het zit met de koffieboeren.

Je maakt een grapje?
Hans: “Nee, die koffie is echt niet te drinken. Sommigen van ons dachten dat ze een vreemd soort thee dronken maar niemand had in de gaten dat we koffie dronken. Omdat ons is verteld dat die boeren de beste koffie ter wereld produceren, hadden we wel wat anders verwacht. Maar we hadden beter moeten weten want die koffie die ze telen is duur. Max Havelaar betaalt namelijk een goede prijs voor de koffie en daarom drinken ze die koffie zelf niet. Ondanks die goede prijs hebben ze het niet breed.”

Het lijkt me een heel bijzondere reis die jullie hebben gemaakt.
Hans: “Het is een fantastische reis geweest met veel mooie momenten. Het reizen met zes mensen die geboeid zijn door zo’n land, de ervaringen met elkaar bespreken. Heel aansprekend was het verhaal van Clementine. Clementine is een koffieboer die 3 hectare ecologische koffie bezit. Trots heeft hij zijn koffieplanten aan ons laten zien. Dat maakt heel concreet wat Fair Trade betekent voor de koffieboer hoog in de bergen. We hebben straatkinderen ontmoet dat was aangrijpend maar we hebben ook plezier met hun gehad. We zijn op bezoek geweest in het dorpje Casaca waar een belangrijk deel van ons educatief materiaal over gaat. Ook dat was een indrukwekkende ervaring. We hebben in Casaca een project bezocht met een opvallende visie over ontwikkelingssamenwerking. We zijn bij de stichting Utz Kapeh geweest die onder andere de arbeids- omstandigheden bewaakt van de mensen op de plantages van de huismerkkoffie van Albert Heijn. Ook een verhaal dat de moeite waard is. Te veel om te vertellen in dit korte bestek. 

Wat was het doel van jullie reis naar Guatemala?
Hans: “We hadden meerdere doelen. Op de eerste plaats wilden we de boeren ontmoeten van Manos Campesinas die Venlo drie jaar lang steunt. We hadden ook behoefte aan meer educatief materiaal voor de lessen van het platform op de basisscholen over het leven van kinderen in Guatemala. We hebben 30 kilo materiaal teruggebracht en veel foto’s en dia’s. Daar kunnen we mee voorruit. We hebben het ook voor onszelf gedaan want we hebben de reis zelf betaald. Guatemala is een bijzonder mooi land en via het project kom je op plaatsen waar je anders nooit komt.”

In de kranten in Nederland hebben we gelezen over de slechte wereldmarktprijzen voor koffie. Wat betekent dat nu voor boeren in Guatemala?
Hans: “De prijs van de koffie is op dit moment op een dieptepunt van 50 dollar per zak (45 kg) Dat is zo’n 30% onder de kostprijs. Die slechte prijs is een gevolg van overproductie. In landen als Vietnam zijn de afgelopen jaren grote plantages aangelegd waardoor de wereldproductie van koffie 20% hoger ligt dan de vraag. Daardoor kelderen de prijzen. Voor de boeren betekent dat, dat een heel jaar hard werken uiteindelijk niets oplevert. Er is armoede onder de koffieboeren. Landarbeiders worden ontslagen en grote koffieplantages gaan failliet. Voor de boeren die hun koffie kunnen verkopen als Fair Trade koffie is het een heel ander verhaal. De reguliere Max Havelaar brengt 126 dollar per zak op en voor biologische koffie wordt 141 dollar betaald.

Wat is nu het verschil voor de koffieboer als iemand in Nederland een pak Max Havelaar koffie koopt of een pak Douwe Egberts. 
Hans: “Onlangs zijn die prijzen nog eens naast elkaar gezet. Een pak Max Havelaar levert de boer 66 eurocent op en van een pak Douwe Egberts ontvangt de boer maar 8 eurocent. Fair Trade levert de koffieboer dus aanzienlijk meer op.  Daarnaast is het vooral ook de zekerheid die de boeren aanspreekt. Het werk en de investeringen leveren minimaal de garantieprijs op. Andere boeren moeten maar afwachten hoe hoog de koffieprijs het volgend jaar is. De hoogte van hun inkomen is een soort loterij.”

Max Havelaar is dus de oplossing voor het probleem van de slechte prijzen en de onzekere inkomsten van de koffieboer? 
Hans: “Niet helemaal. Het verhaal is gecompliceerder. Maar 3% van alle koffie in de wereld wordt verhandeld als Fair Trade koffie. Ook Manos Campesinas kan maar een deel van de koffie verkopen als Fair Trade koffie. Dat komt omdat er nog maar een beperkte groep consumenten bereid is om deze koffie, die iets duurder is, te kopen. Daarnaast is het zo dat de consument alleen maar extra wil betalen als hij daar ook goede koffie voor krijgt. Alleen kwaliteitskoffie kan verhandeld worden als Fair Trade koffie. Nu de prijzen dalen worden die kwaliteitseisen strenger. Minder goede koffie kan Manos Campesinas niet meer exporteren. Men zit met het probleem dat slechts 4 van de 7 basisorganisaties koffie van die hoge kwaliteit kunnen leveren. De koffie van de andere 3 organisaties moet lokaal verkocht worden. Voor die koffie wordt dus die lage prijs betaald.”

Kan Manos Campesinas de boeren die geen Fair Trade kwaliteit kunnen leveren helpen om betere kwaliteit koffie te verbouwen?
Hans: “De kwaliteit van de koffie is voor een belangrijk deel afhankelijk van de hoogte waarop deze wordt verbouwd. De beste kwaliteit groeit tussen 1200 - 1800 meter. Op die hoogte is het koel en de koffiebes rijpt daardoor langzamer. Dat is cruciaal voor een goede smaak. Drie van de afdelingen van Manos Campesinas met samen 300 van de in totaal 1073 boeren liggen ver beneden die  grens van 1200 meter. Op de lange termijn is het produceren van koffie voor deze boeren geen alternatief omdat hun koffie nooit aan die hoge kwaliteitseisen kan voldoen. De coöperatie stimuleert daarom deze boeren om over te schakelen naar andere producten.”

De gemeente Venlo heeft voor de periode 2001 t/m 2003 financiële ondersteuning toegezegd aan de coöperatie Manos Campesinas. Hoe wil men dit geld gaan gebruiken?
Hans: “In de afgelopen jaren heeft men vooral aandacht gegeven aan het verbeteren van het verbouwen van koffie en het export proces.  Daarin is goede vooruitgang geboekt. De boeren in de bergen weten echter nog maar nauwelijks wat Manos Campesinas is. Het is nodig dat boeren beseffen dat de coöperatie  iets van henzelf is en dat door samen te werken veel meer bereikt kan worden dan wanneer ieder individueel werkt. Als boeren dat beseffen dan zijn ze ook bereid om individuele belangen incidenteel ondergeschikt te maken aan het groepsbelang omdat uiteindelijk daarmee ook het eigenbelang is gediend. Het is cruciaal dat een stevig draagvlak groeit onder de boeren voor Manos Campesinas zodat ook bij enige tegenwind de organisatie kan overleven. In de komende jaren wil men daarom werken aan het versterken van de banden met de boeren. Men gaat daarvoor een medewerker aantrekken. Uit de reguliere middelen kan de coöperatie dat niet betalen. Daarvoor wil men graag de gelden van Venlo gebruiken. 

Ik begrijp dat er nog veel meer te vertellen is. Ik stel voor dat we in een volgende aflevering verder gaan met dit verhaal. Ik wil je bedanken voor het interview.

Hans Spee, Mondiaal Platform Venlo




Een delegatie op de Guatemalteekse koffie

Acht man sterk zijn Jan Custers en consorten woensdag in het vliegtuig gestapt. Zij vormen de delegatie van het Mondiaal Platform Venlo, die een studiereis maakt door Guatemala in Midden-Amerika. Zij gaan er op de koffie bij enkele kleine koffieboeren van de organisatie Manos Campesinos, want die boeren krijgen de komende jaren steun vanuit Venlo.

"Het is goed om zelf te gaan kijken naar zo'n project. Even je licht opsteken, dat motiveert. Met die informatie kunnen wij weer de boer op in Venlo', legt voorzitter Jan Custers van het platform uit. In dat platform zitten alle Derde-Wereldorganisaties van Venlo. Het organiseert allerlei acties om de inwoners te betrekken bij de noden van mensen in de Derde Wereld. "De financiële steun voor een project, zoals dat van de koffieboeren, is een tastbare uitdrukking van die betrokkenheid', meent Custers.

De stad Venlo geeft jaarlijks 45 eurocent per inwoner aan het Venlose platform. De helft daarvan, ongeveer twintigduizend euro, gaat straks naar de koffieboeren in Guatemala. De rest wordt besteed aan voorlichting en educatieactiviteiten in Venlo zelf. Zo steekt het platform veel energie in lessen op de basisscholen. Er zijn twee freelance leerkrachten voor aangetrokken. Vorig jaar verzorgde dit duo in totaal 116 gastlessen.

In Guatemala zamelt de Venlose delegatie materiaal in en worden foto's en dia's geschoten die vervolgens weer in de lessen verwerkt worden. Om beslagen ten ijs te komen is het achttal een aantal keren bij elkaar geweest om informatie en artikelen over Guatemala uit te wisselen.

De achtdaagse reis (door iedereen uit eigen zak betaald) brengt de acht Venlonaren ook in contact met Rigoberta Menchu, winnares van de Nobelprijs voor de Vrede, en haar projecten voor straatkinderen. Vier dagen zijn zij te gast bij de koffieboeren. Over een week zijn de reizigers terug met echte kennis van zaken: eigen ervaring en waarneming.

Bron: Dagblad de Limburger, vrijdag 18 oktober 2002
Mondiaal Platform Venlo: Geeft de wereld een gezicht!