| Nieuws | ||
|
Werkbezoek Limburg minister van Ardenne: | |
|
“De overheid kan het niet alleen” door Maaike Mijland Brain drain. Millennium doelstellingen. Governance. Een greep uit een aantal begrippen dat maandag 14 november tijdens het door COS Limburg georganiseerde werkbezoek aan Limburg van minister voor ontwikkelingssamenwerking, Agnes van Ardenne regelmatig in de rondte vliegt. In drie dagdelen bezoekt ze verschillende groeperingen die zich inzetten voor ontwikkelingssamenwerking; studenten van de Universiteit van Maastricht, ondernemend Limburg en vrijwilligers van particuliere initiatieven. Eén ding hebben deze groepen gemeen; ze zijn allemaal onmisbaar op het vlak van ontwikkelingssamenwerking. Op de faculteit geneeskunde van de Universiteit van Maastricht heerst maandagochtend een bedrijvigheid van jewelste in hal voor de Maastrichtzaal. Verscheidene stands van organisaties die met ontwikkelingssamenwerking te maken hebben worden er opgezet. Het bezoek van minister van Ardenne is voor deze verenigingen een mooie gelegenheid om ook aan studenten aandacht te vragen voor hun zaak. Even na twee uur heet Jo Ritzen, de voorzitter van het universitair College van Bestuur, iedereen welkom en vertelt waarom deze locatie volgens hem zo geschikt is voor deze bijeenkomst met de minister. Van de universiteiten in Nederland is die in Maastricht het meest actief op het terrein van ontwikkelingssamenwerking, zo zegt hij, en wel met verschillende projecten; School of Governance, waar mensen uit ontwikkelingslanden worden opgeleid en waar onderzoek wordt gepleegd en Mundo, waarbij partnerships tussen universiteiten van arme en rijke landen gesloten worden, zijn enkele voorbeelden. Professor Hillen, decaan, voegt daaraan toe hoe blij hij is met de initiatieven van de studenten zelf, zoals de Stichting Mustangh – die onder andere stages in Afrika organiseert, IFMSA en The Network TUFH. Noëmi Nijsten van Mustangh (Maastricht University Students Twinning A North Ghanian Hospital) vertelt over hun ambitieuze plannen om een oud vervallen ziekenhuis in Noord-Ghana te vervangen door het nieuwe ontwerp (afstudeerproject) van een bouwkundestudent van de Technische Universiteit Eindhoven. De ontwikkelingssamenwerking initiatieven van de studenten aan de universiteit Maastricht zijn voornamelijk gericht op gezondheidszorg, dus de faculteit geneeskunde biedt een meer dan logisch decor voor een forum met de minister. Gezondheid op de WTO-top “Met een gsm en handtekeningen moet het wel lukken in Hongkong,” zegt van Ardenne met een subtiel sarcasme. “Ik kan u uit uw droom helpen. Zo simpel is het helaas niet.” Ze heeft zojuist met een ferme prik in een ballon een luide knal en een symbolische handtekeningenregen veroorzaakt én een ‘gsm’ ontvangen van Nina Tellegen, directeur van Wemos. Deze organisatie zet zich in voor het verbeteren van de gezondheid van mensen in ontwikkelingslanden, door middel van het beïnvloeden van het internationaal beleid. Samen met de COSsen heeft Wemos de landelijke campagne ‘Toegang tot zorg voor iedereen’ gevoerd. Op deze wijze overhandigt Tellegen het resultaat aan de minister. De organisaties hopen hiermee dat Van Ardenne tijdens de WTO-top van 10 december in Hong Kong een ‘belletje kan laten rinkelen’ over gezondheidszorg. “Ik ben er niet zeker van of dit onderwerp in Hong Kong ter sprake zal komen,” waarschuwt de minister. Ze verwacht dat de besprekingen net als twee jaar geleden vast zullen lopen bij het eerste onderwerp: handel. “Westerse landen willen niets op tafel leggen.” Boeren uit ontwikkelingslanden krijgen vanwege de embargo’s geen kans op eerlijke handel op de Westerse markt. “Ik ben er niet gerust op. Als de agrarische onderwerpen niet worden opgelost, komen we niet aan andere onderwerpen toe, zoals gezondheidszorg.” Van Ardenne is daarom volop bezig met lobbyen. Werelden schuiven ineen Professor Louk de la Rive-Box legt uit wat de bedoeling is van deze middag. De moderne collegezaal, waarin ongeveer 130 mensen het debat bijwonen, is ingedeeld in denkbeeldige vakken. De personen in elk vak hebben ieder een rolbeschrijving gekregen in de vorm van een ‘identiteitskaart’. De minister zit in het vak van de rol de Rotterdamse WAO’er die vandaag voor het eerst van de Millennium Doelstellingen hoort, veel moeite heeft om rond te komen en niet begrijpt waarom er zoveel geld naar het buitenland gaat. Andere rollen zijn een jonge Ghanese vrouw (die haar broers en zussen moet verzorgen en het moet stellen met minder dan een dollar per dag), een actief lid van een studenten ontwikkelingsorganisatie (die zich focust op gezondheidsvoorlichting aan vrouwen in Zuid-Amerika en tegen financiële problemen aanbotst) en een Nederlandse tropenarts (vanwege financiële tekorten terug uit een door de tsunami getroffen gebied, terwijl het werk daar nog lang niet af is). Van Ardenne vindt de rollen ‘niet gek’; de werelden (‘eerste’ en ‘derde’ wereld) en de bijbehorende problemen lopen tegenwoordig door elkaar. Je ziet het ook aan de samenstelling van de studenten, zegt ze; internationale studenten komen met grote groepen naar Nederland omdat hier goed onderwijs is. Vanuit internationaal ontwikkelingsperspectief wordt hier kennis gedeeld en verspreid. Universiteiten zijn frontrunners op dat gebied, volgens de minister. Ze vraagt zich wel af of we met de mogelijkheden voor studenten uit ontwikkelingslanden op Westerse universiteiten niet teveel deskundigheid uit de ontwikkelingslanden trekken, de zogenaamde ‘brain drain’. Zonder enige gêne trekken ziekenhuizen in bijvoorbeeld Canada dokters uit ontwikkelingslanden aan. “Brain circulation zou de optie kunnen zijn wereldwijd.” Andere secundaire arbeidsvoorwaarden en aantrekkelijke lonen zouden dat volgens haar kunnen bevorderen (een Nederlandse arts zal in Zambia niet voor een inheems loontje gaan werken.) “De Nederlandse overheid speelt niet zo’n grote rol meer in de globale wereld, ze is minder relevant,” licht ze toe in haar toespraak. “Het spel speelt zich af tussen groepen in de maatschappij, buiten overheden om, bijvoorbeeld tussen bedrijven, studenten, et cetera. De rollen zijn aan het veranderen en daar moeten we op inspelen als overheid.” Het is niet meer alleen een kwestie van geld, maar van samenwerking. Er is meer geld gekomen voor ontwikkelingssamenwerking, maar zonder een gezonde structuur in een land is er niks te bereiken: “Een holistische benadering is de manier. We moeten inzetten op duurzaamheid. Het belang van de andere kant is ook het belang van onze kant. Die scheidingen zijn niet meer zo duidelijk als vroeger. De werelden schuiven in elkaar.” De millennium doelstellingen zijn steeds een belangrijk onderwerp wanneer het gaat over ontwikkelingssamenwerking. Er is haast, want binnen tien jaar moeten alle doelen gerealiseerd zijn. Drie van de tien doelstellingen hebben direct te maken met gezondheidszorg (terugdringen kindersterfte, verbeteren gezondheid moeders en halt toeroepen aan HIV/aids, malaria en andere ziekten). “Nog nooit is er in de wereld zoveel overeenstemming geweest over wát te bereiken. Maar hóe dat moet, daarover is nog geen eensgezindheid. Ik pleit voor samenwerken, combineren, coördineren. Hierbij moeten we gebruik maken van organisaties, zoals Wemos bijvoorbeeld, en bedrijven. De overheid kan het niet alleen.” Matig debat Tijd voor het forum. “Ik vind het ontzettend leuk om met u hier te mogen zijn en me u te discussiëren,” kondigt de minister aan. Naast haar nemen Noëmi Nijsten, Nina Tellegen en Ronald Kohnen, directeur van COS Limburg, plaats om aan het forum deel te nemen. Enkele professoren gaan goed op in hun rol, bijvoorbeeld iemand uit het vak van de Rotterdamse WAO’er: “Vroeger deed ik staand werk, toen kwam ik te liggen en nu zit ik hier. Maar even voor de duidelijkheid, de drank is na afloop?” Op stelling 1 – Ontwikkelingssamenwerking in de huidige vorm werkt niet of onvoldoende en kan daarom beter worden afgeschaft – wordt matig gereageerd. Een professor uit het vak van de student van de ontwikkelingsorganisatie merkt op dat alleen een ziekenhuis neerzetten in Noord-Ghana niet genoeg is om gezondheidszorg daar te verbeteren. De minister geeft hem gelijk: “Wij dachten vijftig jaar geleden, als we bruggen en wegen bouwen dan komt het vanzelf weer goed. Al die projecten zijn nooit als verantwoordelijkheden van de overheid beschouwd. Het zijn wél de lokale overheden die verantwoordelijk zijn voor de bouw van bijvoorbeeld ziekenhuizen. Wij steunen nationale gezondheidszorg projecten. We geven geld als we de overheid vertrouwen, en dat geven we dan aan die minister van gezondheidszorg. Daarbij controleren we de uitgaven.” Een student vraagt aan de minister of de duurzaamheid van ontwikkelingsprojecten geen risico loopt als er een grotere rol voor bedrijven moet komen, in verband met faillissementen en dergelijke. “Dankzij vele bedrijven wordt er nu veel meer geld geïnvesteerd dan ooit tevoren,” antwoordt Van Ardenne. “Of dat ooit verandert, weet ik niet. We moeten kijken naar hoe we dat kunnen managen. Als overheid moeten we meer naar governance kijken. Hoe kunnen we in productieve zin meer geld investeren. In veel landen kun je niet sparen, of geld lenen. Dat zijn obstakels voor ondernemers daar. Het is geen kwestie van geld van de ene overheid naar de andere brengen. De rol van de overheid is het beter besturen van de kapitaalstroom in dat land.” Wegens tijdgebrek komt er geen pittig debat op gang. Weinig studenten mengen zich in het forum en na twee stellingen moet de minister na een vlug interview met L1 in sneltreinvaart door naar DSM. Meer dan winst Een voortreffelijk verzorgd diner met internationale ingrediënten is het toneel voor vruchtbare ontmoetingen. Ondernemend Limburg blijkt boordevol ideeën te zitten op het gebied van ondernemen in ontwikkelingslanden. De deelnemende bedrijven staan dan ook te popelen om met de minister in gesprek te gaan. Feike Sybesma, van de raad van bestuur van DSM, bevestigt ook dat de realisatie van de Millennium Doelstellingen met de participatie van bedrijven verwezenlijkt moet worden. “Nederlandse bedrijven kunnen prima binnen het overheidsbeleid meewerken.” DSM heeft verschillende projecten in ontwikkelingssamenwerking. Een onderdeel van DSM is Sight & Life, dat onderzoek verricht, vitamine A supplementen produceert en voorlichting geeft in ontwikkelingslanden, in samenwerking met ngo’s, overheden, Unicef, enzovoorts. Andere projecten binnen DSM zijn het NIP: Food Fortification, White Biotech en Water4Life, dat met medewerking van Oxfam en Novib goedkope waterzuiverende middelen ontwikkelt. Volgens Sybesma kan DSM het Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingbeleid en het halen van de Millennium Doelstellingen ondersteunen. DSM zou graag van de overheid zien dat zij hen ondersteunen bij hun programma’s (financieel, research, productie), contacten met overheden en ngo’s en met het voeren van discussies en bepalen van doelen. Deze punten gelden niet alleen voor DSM, maar ook voor andere bedrijven. “Tot voor kort was het niet gewoon, de combinatie bedrijf – ontwikkelingssamenwerking –overheid,” zegt de minister. “Afrika heeft ondernemers nodig, voor kennis, kapitaal en banen.” Omdat veel landen vanuit staats denken geregeerd worden hebben ze steun nodig in het bedrijfsklimaat. Als het klimaat vriendelijk wordt, bevordert dat ook de internationale handel. “Die landen hebben bedrijven nodig die voor meer gaan dan alleen winst. Ze moeten een deel van de verantwoordelijkheid van de bevolking daar op zich nemen.” Van Ardenne is op zoek naar bedrijven voor duurzame energie en waterprojecten en het blijkt moeilijk te zijn welwillende ondernemers te vinden. Maar ze is positief: “Volgens mij kan het en als het ooit kan, dan is het nu.” Ook hier in Heerlen is het vanwege tijdsgebrek niet mogelijk om iedereen uitgebreid aan het woord te laten. Er worden vooral vragen gesteld over wat bedrijven kunnen doen aan duurzame armoedebestrijding en hoe kan worden samengewerkt met de overheid. De minister laat weten dat ze dit diner ziet als een begin. Ze nodigt daarbij ondernemend Limburg uit voor een uitgebreid gesprek op het ministerie. Hier kan dieper worden ingegaan op wat de bedrijven en de overheid voor elkaar kunnen betekenen op het gebied van ondernemen in ontwikkelingslanden. Betrokken particulieren In Atrium medisch centrum in Heerlen wachten zo’n 150 enthousiaste particulieren die zich bezighouden met ontwikkelingsproblematiek op de komst van de minister. Na een introductie van Terence Vroomen, lid van de Provinciale Staten van Limburg, is er een welkomstwoord van Paola Ubags van Atrium, waarin ze vertelt over het ontwikkelingsproject van het ziekenhuis Samen Beter, Samen Sterk. Hierna verklaart minister van Ardenne dat het een bijzondere avond voor haar is, om met zoveel bedrijven en particulieren te spreken die zich inzetten in ontwikkelingslanden. ”Nederland is in dat opzicht ook een rijk land.” Ze voegt eraan toe dat ze een lijstje heeft gemaakt van wat er de laatste jaren goed gaat in Afrika, “en dat lijstje is verbazingwekkend lang. Het idee dat altijd alles mis gaat is niet goed, ook niet voor particuliere initiatieven. We hebben de laatste decennia veel geleerd. Dat je moet overleggen met overheden en lokale mensen. Je moet hen niet vanuit onze traditie dingen opdringen.” Er zijn zo’n 400 kleinschalige particuliere projecten in Limburg, vertelt Ronald Kohnen. Het zijn allemaal transparante projecten, heel concreet en goed uit te werken. Het ministerie onderschrijft het belang van deze projecten. De laatste jaren is er een sterke groei van dit soort initiatieven. Mensen reizen meer en komen zelf in contact met problemen. ‘De nieuwe weldoener’ wil zelf betrokken zijn. Daarnaast zorgen migranten voor een toenemende geldstroom naar het land van herkomst. Zij spelen een belangrijke rol in ontwikkelingssamenwerking omdat zij bekend zijn met de taal, cultuur, omstandigheden en behoeftes. Op 1 oktober was er een voorbereidende bijeenkomst van de kleinschalige stichtingen. Zij hebben een aantal algemene punten aangeduid waarbij ze hulp van het ministerie zouden willen zien, zoals scholing met betrekking tot bijvoorbeeld interculturele verschillen en overeenkomsten, een kennisnetwerk en een versimpeling van regels en criteria voor financieringen. De minister belooft dat ze haar best gaat doen, ook voor specifiekere zaken. Daarnaast geeft ze het advies om contacten met ambassades te leggen. “Zij zijn altijd bereid om te helpen. Zij hebben bevoegdheden om programma’s te doen.” Opdrachtenlijstje Er komt een gepassioneerd debat op gang naar aanleiding van de stelling ‘De enige manier om laag ontwikkelde economieën zich te laten ontwikkelen is door de markten HIER open te gooien voor hun (goedkopere) producten. Dit gaat echter ten koste van onze eigen werkgelegenheid en sectoren als de landbouw en productiewerk.’ Van Ardenne geeft aan dat er minder werkgelegenheid in nu gesubsidieerde producten zal zijn, zoals suiker en zuivel. “De afgelopen vijftig jaar was er een gesubsidieerd landbouwbeleid, maar veel boeren hebben toch moeten stoppen. Mensen trekken naar goedkopere gebieden en arbeidskrachten, dat hou je niet tegen.” Ze voegt eraan toe dat een productie-economie in het Westen iets van vroeger is. Nu richt men zich op kennisindustrie. Het beleid moet daar ook mee verschuiven, maar niet van de een op de andere dag. Geleidelijk, zodat de suikerboeren niet opeens de dupe worden. Betrokken mensen stellen graag een aantal zaken aan de kaak. Uit het publiek komen geluiden als afschaffing protectionisme en subsidie, een radicale systeem wijziging. Iemand vraagt hoe de minister omgaat met haar collega’s van landbouw en economie en welk effect het beleid van minister Verdonk op ontwikkelingssamenwerking heeft. Van Ardenne zegt daarop dat ze een notitie heeft gemaakt over hoe om te gaan met migratie en ontwikkelingssamenwerking. “Brain circulation is nog niet bespreekbaar met Verdonk. Zij voert momenteel een verdedigingspolitiek. Er staat nog steeds een muur om Europa heen.” Binnenkort gaat Van Ardenne met Verdonk naar Kenia, dus wie weet wat ze daar allemaal kunnen bespreken. Het opdrachtenlijstje dat de minister aan de hand van deze bijeenkomst voor haarzelf gemaakt heeft, bevat het volgende: - Nagaan of de COSsen een wereldatlas met lopende projecten kunnen maken (ter overzicht van wat er al bestaat aan ontwikkelingsprojecten) - Nadenken over het verdubbelen van de gemeentelijke inzet - Kleine initiatieven vaker in schijnwerpers plaatsen - Een scholenprogramma ontwikkelen over ontwikkelingssamenwerking Alle aanwezigen zouden nog wel honderden vragen willen stellen aan minister van Ardenne, maar het loopt tegen tienen en ze heeft nog een aardige weg af te leggen naar huis. Nog snel even op de foto met wat enthousiastelingen en daarna vertrekt de minister met veel nieuwe verzoeken, opdrachten en toekomstperspectieven uit het initiatiefrijke Limburg. Lees wat minister van Ardenne zelf schrijft over haar werkbezoek aan Limburg in haar weekboek op de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken: http://www.minbuza.nl/default.asp?CMS_ITEM=4FA83ACFCFD24123B6101E38598AEBACX3X61847X47#Maandag_14_november |
||
| Contact | Mondiaal Platform Venlo: Geeft de wereld een gezicht! |