Rubrieken
Verslag Peut Peuten Peut Peuten in Malawi







Reisverslagen

Mijn naam is Hendrik-Jan Peuten alias Peut / Jan / Herman. Ik woon in Venlo met mijn gezin dat bestaat uit mien maedje Maud, mijn dochter Kris en zoon Max. Sinds 21 jaar ben ik werkzaam als distributie monteur bij W.M.L.
In 2005 heb ik gesolliciteerd voor een project in Indonesië waar ik met collega Paul Janssen naar toe ben geweest, dit heeft zo’n enorme indruk op mij gemaakt, dat toen de gelegenheid zich aanbood om naar Malawi te gaan ik meteen gesolliciteerd heb voor deze klus.
Je kunt dit natuurlijk niet doen zonder de steun van je vrouw en kinderen, maar zij begrijpen dat dit voor mij een enorme uitdaging is om je kennis te delen met hen die het zo hard nodig hebben. Dankzij de moderne mogelijkheden van o.a. internet wordt de afstand steeds kleiner, en is contact houden met iedereen veel eenvoudiger geworden. Desondanks ben ik hen heel dankbaar dat ik dit avontuur mag aangaan (XXX).

Beste mensen, zoals jullie wellicht gehoord hebben ga ik voor een drinkwater project naar Afrika, Malawi om precies te zijn. Het is de bedoeling dat twee waterleiding bedrijven (waterboards) in de hoofdstad Lilongwe (750.000 inwoners) en de tweede stad Blantyre (800.000 inwoners) compleet gereorganiseerd gaan worden zowel op technisch als op financieel administratief gebied. Het werk waar ik voor aangenomen ben bestaat uit het terug dringen van het lekverlies in de waterdistributie. De bedoeling is om de collega’s van de twee waterleiding bedrijven te instrueren en van de laatste technologieën op de hoogte te brengen. Ik zal mijn tijd gelijk verdelen over de twee steden dus als ik een maand weg ben ben ik twee weken in Lilongwe en twee weken in Blantyre. Het hele project zal 4 jaar duren en in die periode zal ik er geregeld naar toe gaan om de vorderingen te bekijken.
Er is voldoende werk voor me want het water dat wegstroomt zonder bij de klanten terecht te komen bedraagt respectievelijk 37% en 53%!! Voor Nederlandse begrippen natuurlijk een enorm getal.
Aan het aantal inwoners kun je wel zien dat het niet bepaalt plattelands gemeenten zijn dus ik denk dat er na half vijf ook nog wel wat te beleven valt, hopelijk genoeg om op deze site van mijn belevenissen verslag te doen. Alles staat en valt natuurlijk met de beschikbaarheid van Internet. Op deze site is het mogelijk een reactie te plaatsen op de reisverslagen, tijdens mijn vorige reis naar Sumatra werd hier door jullie gretig gebruik van gemaakt. Doe dit ook nu want het is geweldig om op deze manier contact te houden met ut thoesfront. Wil je meer achtergrond informatie over dit project? In mijn eerste reisverslag zal ik een aantal links plaatsen.


Hieronder vindt u de berichten van Peut zoals hij ze geplaatst heeft op zijn weblog: http://peut.waarbenjij.nu/




22 september 2011 - Gedeuns in Malawi.

Sinds mijn laatste bezoek aan Blantyre is er veel veranderd in het land. Wegens inflatie zijn de prijzen flink gestegen en voor veel mensen zijn de gewone boodschappen onbetaalbaar geworden. Er gaan dan ook steeds meer stemmen op om president Bingu Mutharika af te zetten. Zoals ik al eerder schreef begint hij steeds meer dictatoriale trekjes te vertonen. Hae zôrg good veur zich zelluf. Zo heeft hij zichzelf een luxe Amerikaanse camper geschonken. Want hij moet toch naar de wc kunnen als hij van huis naar het parlement gaat (5km). Natuurlijk is deze camper een volgauto, zelf zetelt hij in een grote verlengde Mercedes met voor en achter 5 zwarte Hummers, waus Diesel schaarste is ook een steeds groter probleem, gelukkig heb ik een benzine auto dus ik kan er nog steeds op uit totdat deze ook ineens op kan zijn. Als de tank half leeg is ga ik toch maar tanken, je weet het hier maar nooit. Voor vandaag, woensdag 21 september, is er een landelijke staking aangekondigd. Omdat dat deze met geweld gepaard kan gaan hebben we besloten om vandaag het hotel niet te verlaten. Efkes aafwachte wat er gebeurd want vorige maand zijn er 19 doden gevallen, doodgeschoten door de politie. Zo zie je maar dat een vreedzame bevolking, wat Malawianen zeker zijn, ook kwaad kunnen worden als je ze maar lang genoeg treitert met allerlei foute wetjes en zelfverrijking. Overigens is de staking wel toegestaan door de rechter maar “El Presidente” heeft gezegd dat de organisatoren allemaal levenslang krijgen als ze de staking laten doorgaan.

Wat het werk betreft gaat alles zijn gangetje, uitleggen, workshops organiseren en blijven wijzen op afspraken die we in het verleden hebben gemaakt. Gelukkig begint het vele praten en uitleggen zijn vruchten af te werpen, ik praot neet taege un steinse maor. In diverse gebieden is het lekverlies al drastisch afgenomen, tôf. De tips en trucs die ik ze geleerd heb gebruiken ze in hun dagelijkse werk, en ze merken dat die Mzungu (blanke) toch wel wat weet over hun werk. Tot afgelopen vrijdag, toen bleek dat je hier echt altijd wakker moet blijven.

We hadden een drukverlagingsventiel succesvol ingebouwd in een low Income Area (arme wijk) omdat de druk in de wijk erg hoog was, pieken van 12 bar, bij ons is 4 bar normaal en ook miër dan genôg. De hoge drukken leiden ertoe dat de leidingen vaak kapot springen en mensen meer water gebruiken en dus hogere rekeningen krijgen. Verder is een voordeel dat er meer water overblijft voor andere gebieden, de zuus waal, win win. Na het inbouwen stuur ik de monteur naar de afsluiter om deze weer te open, terwijl hij uit mijn gezichtsveld verdwijnt denk ik; hae zal det toch waal rôstig doon? Nee dus, ik hoor het water al van verre aankomen stormen in de buis, en jao huur KNAL. De hoofdleiding die al bijna aan de oppervlakte lag kwam omhoog en knalde over een lengte van 4 meter uit elkaar. Alle vrouwen in de wijk begonnen te rennen met grote bakken en emmers om het lekwater in op te vangen. Toen de monteur terug kwam heb ik hem toch maar even verteld dat hij de afsluiter de volgende kiër rustiger moest openen. Hij zei, had det maar gezag dan. Zo blijkt maar weer, nergens vanuit gaan en blijven herhalen. Ut zien soms net klein blage.

Terwijl ik dit zit te schrijven is het nog steeds röstig in de stad, gelôkkig, halde zoë.

Wies weer ens.


18 mei 2011 - Take 5.

Zoals ik in mijn vorige verslag al meldde zijn afgelopen week cameraman Emiel en zijn producer Haico geland om een documentaire en een educatieve reportage te maken over het watergebruik in Malawi. Mij werd gevraagd om hen een paar dagen te begeleiden omdat ik intussen wel een paar leuke plekjes weet in Blantyre. Het lesgeven aan de monteurs wilden ze ook in beeld brengen. Na een morgen heb ik “ut al gans gehad met die twieë”. De twee monteurs van de waterbaord die we meenamen als leerlingen voor die dag moesten maar twee dingen onthouden; niet in de camera kijken en niet in de camera kijken. “Neet zoë moeilijk toch”, dus wel. Iedere keer als de camera liep vroegen ze aan de cameraman wat de bedoeling was, door hem en dus in de camera kijkend deze vraag te stellen. Het gevolg was dat alles erg lang duurde en ik er al tamelijk snel “keük” van werd.
Wanneer we ergens opdoken met de camera liep al snel de hele gemeenschap uit om te kijken wat deze Mzungu’s (blanken) aan het doen waren. De beide zwarte monteurs kregen hun rol steeds beter door en werden langzamerhand “local heroes”. Het gevolg van deze nieuw verkregen sterren status was dat ze het al snel in “euren bol krege”.
Omdat ik regelmatig mensen meeneem in de auto zeg ik altijd dat ze ramen en deuren goed moeten sluiten wanneer we uitstappen want er liggen altijd spullen in die een behoorlijke waarde hebben, logisch toch. Dit was het eerste wat ze nu niet meer nodig vonden, dat moest ik maar zelf doen ze hadden het nu te druk met de opnamen! Ik heb ze toen toch maar even “de oere gewasse”, natuurlijk op een nette manier in het Venloos zodat de omstanders niet doorhadden waar het over ging, “die twieë” verstonden mij meteen.

Gelukkig waren deze twee dagen voorbij en kon ik weer met mijn normale werk doorgaan, het eindeloos wachten op het perfecte shot en het steeds weer overdoen van een bepaalde scene hing me al snel “d’n babbelaer oêt”.

Dinsdagmorgen hoorden we in de wandelgangen dat er een restaurant ingestort was, de eerste verdieping was ingestort onder het gewicht van de tweede verdieping. Het restaurant bevond zich op 500 meter van ons hotel. Resultaat 3 doden en 21 zwaargewonden, vreselijk.

Terwijl ik dit laatste verslag van deze trip zit te typen realiseer ik me ineens hoe bevoorrecht ik ben dat ik dit werk mag doen in dit geweldige land met zijn grote armoede en problemen. Zaterdag stap ik weer op en laat deze altijd goed gehumeurde mensen weer achter met al hun problemen. Wanneer ik weer thuis ben krijg ik vaak de vraag; heeft het wel nut wat je doet. Natuurlijk is het maar een druppel op de bekende gloeiende plaat, maar toch, het is wel een druppel. De lessen die ik hier mag geven hebben zeker nut en beginnen hun vruchten af te werpen en ik hoop dat ze de tips en trucs gaan toepassen, zodat steeds meer mensen gebruik kunnen maken van zoiets simpels als water. Als ik ook maar één moment dacht wat “doon ik heej” zou ik niet meer komen, maar tot nu toe, ondanks de teleurstellingen waar je weleens mee te maken krijgt heb ik altijd weer een positief gevoel als ons samen iets lukt.
“Hopelik is dit neet te zeut, maar soms môt dit efkes”.

Wies weer ens.


12 mei 2011 - Op audiëntie.

Na alweer een voorspoedige reis ben ik weer in Blantyre, Malawi aangekomen om hier mijn ervaring te delen met de mensen van de Waterboard. Voor de eerste keer had ik een reisgenoot, Rob Beckers. Hij werkt ook bij WML en werkt hier aan het opstellen van onderhoudsplannen. Erg prettig om samen te reizen want “allein is auk maar allein”.
We hadden al gehoord dat er al drie maanden HBO studenten aanwezig zijn die hun afstudeer opdracht doen binnen ons project. Marcel Henk en Jan zijn echte Friese kerels die hun weg goed gevonden hebben in dit mooie land. Ze blijven in totaal vier maanden en net als de vorige studenten zijn ze erg makkelijk in de omgang en altijd in voor een avontuur, ze nemen het leven niet al te serieus. Precies het goede recept om hier goed te functioneren.
Omdat het toch alweer 7 maanden geleden is dat ik hier was moet ik weer even wennen aan de manier van “peeze” in dit land, vuul praote, oêtlegge en veurdoon, vaak heb ik het gevoel dat ik bepaalde dingen al eens uitgelegd heb, maar goed, dan maar weer herhalen. De apparatuur die ik nu introduceer met behulp van de studenten is lekzoek apparatuur en pipelocators, hoe deze precies werken zal ik jullie besparen. Omdat deze apparaten uitgerust zijn met koptelefoons en er nogal interessant uitzien kriëg ik aandach genôg, wel fijn wanneer je iets probeert te verduutsen.
Halverwege de eerste week viel deze uitnodiging in de bus;


Ter gelegenheid van de officiële viering van de verjaardag van
Hare Majesteit de Koningin
hebben Ambassadeur Harry Molenaar en Mevrouw Loes Nas
het genoegen de Nederlandse gemeenschap in Malawi
uit te nodigen voor een receptie
op zaterdag 7 mei 2011 van 12.00 – 17.00 uur
ten huize van de familie Donker, area 9, Lilongwe



Dus wij naar de hoofdstad Lilongwe, een trip van 300 km per auto. Met zijn zevenen kwamen we na 4 uur rijden door het prachtige bergachtige zuiden aan bij de woning van Sander en Alex Donker, de Consul en zijn vrouw. De tuin was reeds gevuld met landgenoten die er allemaal uitzagen of ze naar een WK finale gingen. We werden aller hartelijks ontvangen met koffie, stroopwafels en broodjes oude kaas. Toen de Ambassadeur vroeg aan de studenten “zijn jullie ook Nederlanders” antwoorden zij in koor; “nee Friezen”, de toon was gezet. Grappig om te ontdekken dat er best veel landgenoten in Malawi werken, vooral in de gezondheidszorg overigens. Het aanwezige gezelschap bestond ongeveer uit 50 personen, terwijl er toch minstens drie keer zoveel Nederlanders in Malawi wonen en werken. De reisafstand vanuit alle uithoeken van het land was voor veel mensen toch een te grote belemmering om alleen voor een feestje naar Lilongwe te komen (zeker geen Limburgers).
Nadat de Ambassadeur de gebruikelijk toespraak had gehouden en er nog twee mensen geridderd waren vroeg hij ons het volkslied in te zetten! “We gaan het eerste en het zesde couplet zingen”, het eerste lukte iedereen “zônder meute” het zesde werd al een stuk lastiger. Na het zingen volgde nog het gebruikelijke “leve de koningin, hoera hoera hoera” waarna we toch maar aan het bier en de ingevlogen haring, bitterballen en saté zijn gegaan. Voor de jongste landgenoten waren natuurlijk poffertjes geregeld.

“Het waas nog lang onrôstig in Lilongwe”


Ps.
Vandaag is een cameraploeg aangekomen uit Nederland, ze gaan een documentaire maken voor het “watermuseum” in Arnhem (ut wat?). Ze willen ons werk in beeld brengen en aan kinderen laten zien wat het verschil is tussen het water gebruik in Nederland en waar en hoe ze het water gebruiken in Malawi.
Jao, de maks heej vanalles mei.


18 september 2010 - Altiëd Lastig.

Afgelopen zondag zijn we naar een voetbalwedstrijd geweest in de hoogste divisie van Malawi. Het waren de Blantyre Big Bullets tegen de Zomba Tigers, en zoals jullie weten is dat altijd een lastige wedstrijd. Het werd gespeeld in het nationale stadion in Blantyre, het Kamuzu stadion, aanvang 14.30 uur (auk heej, wie kan det). Alle interlands worden hier gespeeld, de naamgever van het stadion was de eerste president van het land, alle belangrijke gebouwen in het land dragen nog steeds zijn naam. Zijn volledige naam was (halt dich vas) Hastings Kamuzu Banda President For Life, en uit de verhalen van de mensen op te maken was hij een gevreesd leider die met harde hand regeerde.
We kwamen bij het stadion aan en zagen al vele in rood wit geklede supporters, de kleuren van “ôs jônges”. Toen we bij de kassa kwamen moesten we 100 Kwacha betalen voor een kaartje (50 cent dus), “det zien nog ens prieze”. De kleine kinderen die ook naar binnen wilden glipten tussen onze benen door gratis naar binnen, en zo hoort het ook. De kaartjes die we hadden gaven ons toegang door het hele stadion en we moesten dus een keuze maken waar we zouden gaan zitten. Het leek me wel leuk om bij de meest fanatieke supporters te gaan zitten, dus dat deden we maar. Het alcohol percentage was behoorlijk hoog op onze tribune van alle Chibuku en thuis gebrande sterke drank waardoor we door de herrie van het geschreeuw en de vuvuzela’s onze eigen woorden nauwelijks konden verstaan. Diverse aangeschoten supporters kwamen naar ons toe om ons te verwelkomen op hun tribune. En natuurlijk kwamen alle namen van Nederlandse voetballers voorbij in de vaak chaotische gesprekken, lachen.
De wedstrijd stelde niet veel voor, het niveau was te vergelijken met de 4de klasse zuidoost bij ons, alleen de hardheid van het spel maakte veel indruk op ons. De zwarte medemens kan blijkbaar meer verdragen als de “kasplentjes” uit onze eredivisie. Het brancard kwam geregeld in het veld om de getorpedeerde speler over de zijlijn te brengen waarna deze een paar minuten later weer vrolijk het veld in kwam lopen.
Helaas verloren we de wedstrijd met 0-1, eigenlijk maar goed ook want bij een overwinning hadden wij waarschijnlijk nieuwe trommelvliezen moeten laten aanmeten. “Wat un takke herrie make die jônge”.

Wat het werk betreft gaat het allemaal best goed, ze pikken de nieuwe informatie snel op. Iedere keer als ik terug kom blijkt dat de dingen die we afgesproken hebben daadwerkelijk zijn uitgevoerd, en soms nog meer. Wat een ander verhaal is zijn de managers, lastig om hier goede afspraken mee te maken. Ik heb het idee dat ze denken “as ut mich maar good geit”, en dat valt soms niet mee. Zo had ik laatst een uitdaging, het hoofd I.T. was net benoemd en kwam met een pick-up van een van de districten naar zijn werk. Na een paar dagen viel me op dat deze auto de hele dag op de parkeerplaats van het hoofdkantoor stond. Nu moeten jullie weten dat vervoer hier een groot probleem is, de monteurs worden iedere dag met zo’n auto naar hun werkgebied gebracht en gedurende de dag ook voorzien van onderdelen. Omdat op de zijkant van de auto het betreffende district vermeld staat ben ik naar die locatie gereden om eens na te vragen hoe de vork in de steel zat. Toen ik daar aankwam zag ik al een paar monteurs in het gras liggen, op “klaor leegten daäg”. Na een gesprek met het hoofd van het district werd me een en ander duidelijk.
Bij de functie hoofd I.T. hoort een auto, omdat er geen geld was voor een nieuwe hebben ze er maar een opgeëist bij een district, “det gluifse toch neet”. Dat er vervolgens minimaal vier monteurs “al daag op eure reet zitte” werd op de koop toegenomen. Vervolgens zijn Frans en ik naar de directeur gestapt om deze belachelijke situatie op te lossen. Hij bleek het wel met ons eens te zijn maar het vervoer van de I.T. man moesten wij dan maar even oplossen, duhh.
De volgende regeling hebben we bedacht; deze manager word iedere morgen met de zelfde pick-up thuis opgehaald en s’avonds weer netjes naar huis gebracht, hij mag wel voorin zitten en hoeft dus niet in de bak te zitten (ha ha).
Dit is een voorbeeld van hoe het hier af en toe gaat, en soms denk ik “veural röstig blieve”, dit lukt me aardig want kwaad worden is hier teken van zwakte en moet je dus niet doen.

Het is alleen te hopen dat ik de afdeling I.T.voorlopig niet nodig heb, want hun baas kan “mien blood waal zoepe”.

Wies weer ens.


13 september 2010 - Veurjaor in Blantyre.

Toen ik vorige week zaterdag weer aankwam op de Chileka Int. Airport was alles weer als vanouds. Het is dan wel een internationale luchthaven maar het heeft toch meer weg van een buurtsuper met een douanepost. Dit is in mijn geval wel gunstig want het smokkelen van nederlandse kwaliteits producten is ondertussen een sport geworden. Kaas, drop en pindakaas voor Frans en Marlene en natuurlijk veel te veel shag voor mezelf. Deze artikelen heb ik zorgvuldig achter de rits van mijn kofferdeksel gedaan samen met een aantal ongewassen kledingstukken, ik vertel zo “waorum”.
Bij mijn vorige trip moest ik de koffer openen bij de douane mevrouw met het “zevenzölders” gezicht, ondanks dat ik cool wilde overkomen brak het zweet me uit.
Gelukkig had de truuk die ik in mijn diensttijd in Seedorf had uitgevonden weer toegepast, ze onderzocht de gewone kofferruimte en kon niets vinden wat tot gevangenissraf kon leiden. Toen ze de ritssluiting zag moest ik deze openen, ik maakte de rits een stukje open en haalde er een paar sokken uit met de woorden “dirty laundry”. Ze haalde haar neus op en ik mocht de koffer weer dichtdoen, pfff. Deze keer herkende ze me en lachte “vrintelik”, ik begroette haar in haar eigen taal en mocht opgelucht doorlopen.

Vorige reizen kwam ik aan in een warm land, nu lijkt het wel lente. Ze hebben net de koude tijd gehad en nu is het “veurjaor”. De temperaturen zijn overdag rond de 27 graden en s’avonds koelt het af naar 18 graden. Ze noemen het ook wel de droge periode want het zal niet meer regenen tot oktober! Je hebt hier dus maar twee seizoenen; de drogen en de natte tijd. Richting de natte periode word het wel steeds warmer met als hoogtepunt oktober en november, dan is het eigenlijk altijd ver boven de 30 graden. Bij deze voor hun lage temperaturen loopt iedereen in dikke winterjassen en wolle mutsen want het is voor hen erg koud als het niet minstens 30 graden is. De wolle mutsen dragen ze hier overigens het hele jaar door want het wassen van de afro’s is niet makkelijk, temeer omdat het hier nogal stoffig is vanwege de vele “zandpaedjes”. Je ziet ze dus of met wolle muts of een kaalgeschoren hoofd.

Afgelopen maandag ben ik weer begonnen aan mijn project bij de Blantyre Water Board, het was weer een leuk weerzien met intussen, oude bekenden. Iedereen feliciteerde me met de tweede plek op het WK. Toen Zuid-Afrika niet door was naar de volgende ronde hebben ze massaal met Oranje meegeleefd. Ook wisten ze me te berichten van de resultaten van ôs VVV-ke, geweldig toch, ze zijn hier helemaal gek van voetbal. Vooral de Engelse Premier League volgen ze op de voet.

Langzaam maar zeker komen de materialen en gereedschappen binnen die we besteld hebben. De eerste meetresutaten op wijk nineau zijn gedaan en het resultaat is onthutsend: 56% NRW, dit wil zeggen dat 44% van het geleverde water niet aankomt bij de klant of niet wordt afgerekend!! Getallen die er niet om liegen, als we deze cijfers in Limburg zouden halen werden er meteen kamervragen gesteld. Omdat afgelopen vrijdag een nationale feestdag was (einde van de ramadan) was iedereen vrij, dit terwijl maar 20% moslim is in Malawi. Maar ja, een feestje is een feestje.
Toch kwamen alle betrokken monteurs en hun afdelingshoofden terug van hun verlof voor een spoedoverleg om de uitkomsten van de metingen te bespreken.

Maandag gaan we weer de wijk in om te ontdekken waar deze slechte resultaten vandaan komen, gelukkig zijn ze er zelf erg van geschrokken en “schoefde” ze zich naar ons toe. Wat erg fijn is om te ervaren was hun reactie op de cijfers, ze voelen zich betrokken bij hun werk en willen leren hoe we dit samen kunnen verbeteren. Het zal niet meevallen komende week omdat de hoofdleiding tekeningen voor deze wijk nog grotendeels ontbreken. Deze wijk is een typische “low income area” (arme wijk) waar de huizen kris kras door elkaar staan en talloze “getskes” zijn, spannend om te ontdekken wat er gebeurd als we de hoek om lopen, “avontuur besteit nog”.

Wies de volgende kiër.


18 april 2010 - Ut kump wie ut kump.

Afgelopen donderdag was ik weer onderweg om te ontdekken waarom er zoveel lekverlies is in deze grote stad. Men vertelde mij dat er een lek was in een grote transportleiding (500mm), en dat er veel water wegstroomde. Laten we maar eens kijken wat er aan de hand is. Vanaf de straat was het een hele afdaling naar het riviertje dat de stad in tweeën snijd. Via de hoge begroeiing die bestond uit bananen bomen en andere voor mij onbekende planten kwamen we bij de rivier oever. Tot mijn grote verbazing werd mij gezegd dat ik niet verder mocht! “Wiezoë det dan?” vroeg ik, er zitten mensen in bad, werd mij vertelt. O.k dan wacht ik wel even, maar na een tijdje raakte mijn geduld op in de warme zon en vroeg of er ook vrouwen bij waren. Dit was niet zo, en dus ging ik kijken wat er aan de hand was. Ik wist niet wat ik zag, er zaten vier “manskerels” in een betonnen bak van 1 meter bij 1 meter die gebouwd was om een afsluiter bereikbaar te houden. Het water klotste uit de bak en de mannen genoten zichtbaar. Toen ik bijgekomen was van het lachen droogden de heren zich af en kon ik bekijken waar het lek in de bak vandaan kwam. Het bleek de pakkingdrukker te zijn, een relatief simpele reparatie, je moet alleen wel de juiste maat pakking hebben. Omdat ik een paar voorbeelden van reparatie materialen had meegenomen uit Nederland was de kans aanwezig dat de juiste diameter erbij zat. En jawel hoor de juiste maat zat erbij, omdat ze deze producten niet kennen en alleen maar asbest koord gebruiken voor dit soort werk was het een ideale manier om het ter plekke voor te doen, en binnen een vloek en een zucht was het klusje geklaard. Iedereen tevreden, behalve de mannen die net hun jacuzzi hadden zien verdwijnen. Tja je kunt ook hier niet iedereen te vriend houden.
Het enige wat “zunt” is, ik heb hier geen foto van, badkamer privacy bestaat ook hier.

Zoals ik al eerder vertelde zijn we geregeld met meer mensen uit Nederland om het project uit te voeren. Zo waren we de afgelopen week met zijn vieren, dit is vooral s’avonds erg gezellig. Interessant ook omdat iedereen zijn eigen vakgebied heeft en je dingen hoort waar je normaal niet mee in aanraking komt. Zo was Saskia er ook, zij werkt al jaren voor diverse hulporganisaties waaronder Unicef in de derde wereld en heeft dus al veel meegemaakt en kan daar smakelijk over vertellen. Sinds enkele jaren werkt ze voor Simavi en is verantwoordelijk binnen het project voor het ontwikkelen van water kiosken in de Lia’s ( Low income area). Water kiosken zijn centrale punten in de arme wijken waar iedereen water kan kopen. Deze kiosken worden onderhouden door een zelf gekozen bestuur die zich met de verdiensten van de wateropbrengst zelf kunnen bedruipen en dus ook voor werkgelegenheid zorgen in deze wijken. Met het geld dat er verdiend wordt kunnen ze bijv. de buurtschool opknappen of een voedsel programma opzetten. Een goed en transparant systeem om de armoede aan te pakken en zelfredzaamheid te bevorderen. Werk aan de winkel, Saskia mag 362 kiosken gaan realiseren in Malawi.

Dit wordt alweer “mien letste waek” in Blantyre deze keer, tenminste……Het wereldnieuws is hier ook doorgedrongen. Zaterdag zijn twee collega’s vertrokken om via Johannesburg naar Amsterdam te vliegen, maar helaas, ze zitten vast in Zuid-Afrika. Nou zijn er ergere plekken om te stranden, maar als je na een paar weken je vrouw/man en kinderen weer hoopt te zien valt dit toch wel tegen.
Dinsdag komen er twee studenten die allerlei metingen gaan verrichten in het bestaande leiding systeem. Ze blijven drie maanden en ik hoop ze deze week wegwijs te maken in het gebied.
Als ze op tijd kunnen komen!!

Het is niet allemaal “ozel” hier, zoals je kunt zien aan de foto’s die ik deze keer heb bijgevoegd. Ze zijn afgelopen zaterdag genomen (met dank aan Tonino) in “Majete widlife reserve”. Een prachtig safari park, anderhalf uur rijden van Blantyre.

Wies weer ens


11 april 2010 - Krank.

Op Paasmaandag ben ik weer vertrokken naar mijn tweede thuis in Blantyre, Malawi. Na een voorspoedige reis via Amsterdam trof ik Frans (mijn project leider) in Johannesburg, hij was “efkes”in Nederland geweest wegens familie omstandigheden. Het laatste stukje 2 uur vliegen hebben we samen gedaan, wel zo gezellig.
Ondanks dat je weet waar je terecht komt overvalt dit land je altijd weer; de temperatuur de mensen en de houtvuur lucht. Na mijn kamer te hebben betrokken in het Malawi Sun Hotel zijn we een hapje gaan eten om daarna neer te ploffen in mijn afrikaanse bed voor een welverdiende nachtrust.
Omdat ik intussen al voor de derde keer in dit mooie land ben weet je welke dingen je gaat missen van “thoes”, los van Maud en de “jônge” is dit voor mij pindakaas. Elke dag jam op je boterham uit zo’n hotel kuipje gaat je na een paar dagen tegen staan. En om nou elke dag een Engels ontbijt te nemen met bonen worstjes en eieren vindt Sonja ook geen goed idee. Dus daarom heb ik sinds de vorige keer een familie pot Calvé bij me, tot grote hilariteit van het hotel personeel natuurlijk want dit kwaliteits product kennen ze hier niet. Een kamermeisje noemt me nu dan ook lachend “mister Peanut”, prima (alles beter dan boss of bwana).

Op de Waterboard aangekomen werd ik door mijn Malawiaanse collega’s hartelijk ontvangen en met een spervuur van vragen overvallen, hoe lang blijf je deze keer, hoe is het met je vrouw en je kinderen, rook je nog, heb je sneeuw gezien? Na veel vragen beantwoord te hebben hoorde ik dat Agness ziek was en in het ziekenhuis gelegen had. Agness is een grote vrouw van tegen de zestig waar ik veel contact mee heb, zij is hoofd van de tekenafdeling en tevens secretaris van de vakbond. “ ut wet vuul en kint idderein”, je merkt dat iedereen haar met respect behandeld. Wanneer we samen werken hebben we veel gesprekken over de verschillen tussen Malawi en Nederland en ik durf gerust te spreken van een vriendschap die wij samen hebben opgebouwd.
Nadat ik haar gebeld had heb ik afgesproken om op ziekenbezoek te komen met een van haar mensen. Omdat je niet met lege handen kunt verschijnen en “Ebus” te ver weg is, heb ik besloten om een delfsblauw huisje mee te nemen dat ik in het vliegtuig gekregen had. Toen we bij haar huis aankwamen stond haar man ons al op te wachten met een vriendelijke glimlach. We hadden elkaar nog nooit ontmoet maar hij kende me van de verhalen van zijn vrouw en was blij me te zien. Agness lag op de bank en zag er “fazel”uit, wat haar niet belette om mij een flinke omhelzing te geven. Toen ik haar het meegebrachte cadeautje gaf was ze erg blij en gaf het meteen een ereplaats op de t.v, duidelijk het middelpunt van de kamer. Zij vertelde dat ze last van hoge bloeddruk had maar dat het allemaal wel meeviel en verzekerde mij dat ze in mijn laatste week weer aanwezig zou zijn op het werk zodat het project geen schade op zou lopen door haar afwezigheid.
Haar collega werd in het “plat” gezegd dat hij me met alles moest helpen tijdens haar afwezigheid, en aan zijn gezicht zag je dat haar woordkeuze erg duidelijk was.

Na een korte werkweek ben ik met twee collega’s naar Lake Malawi geweest. Bas en Johanneke zijn van Vitens en doen de klanten administratie en financiën binnen ons project. Na drie uur rijden kwamen we aan bij het meer, ik blijf me verbazen over dit land. Het meer is bijna 600 km lang en 40 km breed en is op het diepste punt 700 meter diep! Dat is nog eens “unne ploens”. Er bevindt zich het grootste aantal tropische vissoorten ter wereld, “wis geej det”? Een kennis had gebeld met een bootverhuur aan het meer om ons naar een eiland te brengen, toen we aankwamen stond het bootje al klaar en was de koelbox gevuld. Het eilandje ligt 8 km voor de kust en wordt alleen door dieren bewoond waaronder de visadelaar, we hebben er zeker tien gezien. De schipper haalde een paar vissen uit een ton en begon te roepen naar de enorme vogels, hij gooide ze in het meer en de roofvogels kwamen een voor een in een duikvlucht uit de bomen, geweldig.
Hij zette ons af op het eiland en we spraken met hem af dat hij ons over een paar uur weer op zou pikken. Toen hij ons nog een paar “sneeje mik” had gegeven om de vissen te voeren liet hij ons achter in dit kleine paradijs. Hagedissen varanen en divers soorten kleurrijke vogels hebben we mogen bewonderen op deze onbedorven plek midden op het meer.

Wies de volgende kiër


17 januari 2010 - Op Bezeuk.

Vrijdag kreeg ik te horen dat we uitgenodigd waren bij de huishoudster van Frans en Marlene, het dorpje ligt op een uur rijden van Blantyre. Omdat we niet precies wisten waar het was pikten we Margret op bij de markt in onze stad. Samen vetrokken we richting het zuiden, na een tijdje gereden te hebben stond de broer van Margret ons op te wachten bij een bushalte want zij wist ook niet precies hoe je er met de auto moest komen. We kregen te horen dat hij twee uur gelopen had om de asfaltweg te bereiken om ons de weg te wijzen! Na een paar kilometer gingen we van “d’n harde waeg” en moesten we verder over een dirtroad, zandpad dus. Toen ook deze te slecht werd zijn we te voet verder gegaan over kleine zandpaadjes tussen de maïsveldjes door. Her en der waren kleine huisjes waar de dorpsgenoten leven, zij begroeten ons breed lachend en vriendelijk zwaaiend. Ik kreeg dan ook de indruk dat onze komst aangekondigd was. Het was wel een bont gezelschap zo tussen de groene heuvels van Malawi.” Iërste pries kleine groepe”.
Aangekomen bij de familie werden we allerhartelijkst ontvangen door de hele familie, die ons op hun Paasbest stonden op te wachten. De oude moeder die in haar leven dertien kinderen in de wereld had gezet stond te glunderen tussen haar grote familie.
De nederzetting bestaat uit een aantal huisjes waar iedereen van de familie woont kookt en werkt, stroom is er niet en voor water moet je een kilometer lopen, un hard bestaon. Aan de vriendelijkheid van deze eenvoudige mensen doet dit echter niks af, iedereen is oprecht blij dat je er bent.
Rondom de huisjes staat ieder beschikbaar stukje land vol gepoot met maïs, dit is trouwens overal zo in dit land. Maïs is het hoofd bestanddeel van iedere maaltijd in Malawi, Sima is een maïsbal die een beetje lijkt op een broodje Bapao maar dan twee keer zo groot en zonder vulling, ut smak nerges nao en leed wie unne stein op de maag. Het vult goed maar er zitten bijna geen voedingstoffen in waardoor de kleine kinderen bijna allemaal met ondervoede buikjes rondlopen.
Omdat het nu regentijd is zou er iedere dag flink regen moeten vallen, maar helaas is dit niet het geval waardoor de maïs niet groeit zoals het hoort. Men is bang dat men maar 30% kan oogsten dit jaar wat desastreus is voor de voedsel voorziening en tot een hongersnood zal leiden.
Nadat we samen gebeden hebben krijgen we een bakje thee aangeboden in de huiskamer van oma, iedereen gaat naar buiten en laat ons achter in het kleine huisje, zoë geit det heej.
Na een uitgebreid afscheid lopen we weer richting auto, maar niet voordat we het schooltje bezocht hebben. We ontmoeten de headteacher en een van de leraren en praten over het school systeem dat ze hier hebben. Hij verteld dat er per klas 130 leerlingen zitten, honderddertig !!!!! ongelooflijk. Er ontbreekt natuurlijk van alles, pennen schriften kleurpotloden en boeken. Marlene en Frans besluiten terplekke om te gaan sponsoren, niet met geld maar met schoolmaterialen.

Onderweg naar huis waren we alle drie een beetje stil, onder de indruk van wat we vandaag weer gezien hadden.



10 januari 2010 - Dao isse weer.

Vrijdag ben ik weer vertrokken naar "mien plaetske” in Afrika, Blantyre dus. Zoals ik jullie eerder verteld heb zou ik ook weer naar Lilongwe gaan maar dit hebben we veranderd omdat er zoveel werk te doen in Blantyre dat de tijd die er voor staat te kort is om in ein minse laeve te doen. Blantyre is dus mijn stad en blijft dit ook totdat het project voorbij is over vier jaar, ook wel prettig om niet in twee steden tegelijk te werken want het zijn ook niet de kleinste plaatsen om je weg te moeten vinden. Alleen het onthouden van de namen en gezichten waar je mee werkt is al een hele klus.
Vrijdag ben ik dus vertrokken, via Dusseldorf – Frankfurt – Johannesburg en tenslotte naar Blantyre in Malawi. Het was nog best spannend om in Frankfurt weg te komen want er stonden al 500 bedden klaar voor gestrande reizigers die vanwege de sneeuwstorm niet meer weg zouden kunnen komen. Toen het vliegtuig met een uur vertraging opsteeg was ik wel erg opgelucht want slapen in een vertrekhal lijkt me nou niet echt prettig. Later hoorde ik dat we de laatste vlucht hadden, na ons werd “ut dink geslaote”, mazzel.
Zaterdag middag om 13.00 uur kwam ik aan op Chileka Airport in Blantyre en stonden Frans en Marlene mij al op te wachten. Frans van der Willigen is projectleider en samen met zijn vrouw Marlene woont hij vier jaar in Malawi.
Omdat ik nog op de kou van Venlo gekleed was brook mich ut zweit oet, jung jung wat een verschil. Toch wel moeilijk 28 graden met een zacht briesje !! (sorry Maud, det meus efkes).
Nadat ik weer in mijn hotel was ingecheckt, en de nodige mensen begroet had ( altiëd leuk) ben ik vroeg naar bed gegaan want s’morgens nodigden Frans en Marlene me uit om mee op safari te gaan in Nchola, het park is privé bezit van de giga suikerplantage Illovo.
Omdat ze het gras laag houden kun je hier het hele jaar door de beesten goed zien. Na lang turen vinden we Giraffen, Wildebeesten met hun jongen, enkele Zebra's, Herten en een Nyala en natuurlijk zoals in elk park de neudige aepkes! Leuken daag gehad.
S’avonds weer heerlijk (pedis) gegeten bij mijn vaste Indiër en toen lekker naar bed, oogjes toe snaveltjes dicht.... morge weer peeze.



29 november 2009 - En zoë krieg ik de waek waal vol.

Jullie zullen zich wel afvragen of er ook nog wel gewerkt wordt door mij, “ haet dae vakantie dao” ? Ik kan jullie gerust stellen, ja. Laat ik het er maar eens op wagen en een technisch verhaaltje houden.
In Blantyre komt het water van een pompstation genaamd Walkers Ferry, dit ligt ongeveer een uur rijden van het centrum. Hier wordt het water uit de Shire rivier opgepompt en gezuiverd, om vervolgens door een 700mm en een 800mm leiding in twee stappen naar de 800 meter hoger gelegen stad gepompt te worden. Zijn we nog wakker?
Je kunt je voorstellen (of neet) hoe groot die pompen moeten zijn om dit voor elkaar te krijgen. DHV (technisch advies bureau) is bezig om een plan te maken om deze pomp installatie uit de jaren 60 te vervangen, en det wuurd tiëd”.
Aangekomen in de stad begint het echte werk, distributie, wat toevallig mijn vakgebied is. De stad is verdeeld in vier zones, vanwaar mijn vakbroeders de plumbers aangestuurd worden. Ongeveer vijf per zone die vervolgens weer assistant plumbers onder zich hebben en een aantal diggers zeg maar gravers. Deze gravers zijn niet in dienst van de Water Board maar staan 's-morgens voor de poort te wachten of er werk voor hen is die dag. Als ze geluk hebben mogen ze zich de hele dag “te barste peze” voor 2 euro. Het idee om graafmachines te kopen is dus ook niet aan de orde want dan hebben deze mensen geen inkomen meer.
Toen ik hier aankwam was er veel achterdocht bij de collega’s bij de Water Board, “ dao hebse weer unne blanke dae ut baeter meind te weite”. Maar na een paar dagen was dat weg, ze merkten dat ik niet gekomen ben om het zoveelste dikke rapport te schrijven, maar dat ik een vakbroeder ben. En of je nu in Indonesië of in Afrika bent, met humor kom je heel ver. Ik heb gewoon mazzel dat ik in een rijk land geboren ben waar het regelmatig regent. Als ze dan ook nog merken dat de dingen die ik vertel niet helemaal onzin zijn ben je al gauw een van hen. Zoals vorige week, ik werd gebeld door een van de plumbers met de vraag of ik even tijd had om even te komen. Hij had een ingewikkeld lek en wist niet goed hoe hij dit moest oplossen, ik dacht “det is tof dette mich belt”, vooral toen ik met de oplossing kwam had ik een super gevoel, now huurse d’r beej. Waar ik wel nog aan moet wennen is dat ze me steeds boss noemen. Maar ja, ik geloof niet dat dit een scheldnaam is maar meer eerder een teken van respect. Morgen gaan we een plan uitvoeren wat ik bedacht heb om het lekverlies onder controle te krijgen. Deze pilot gaan we uitvoeren door een hele woonwijk af te scheiden van de rest van de stad, vervolgens gaan we een flow en druk meting uitvoeren over drie etmalen. Hopelijk krijgen we voldoende informatie binnen om deze methode over de hele stad uit te rollen.
Zo, nu hebben jullie nu een idee gekregen wat ik zoal uitvoer de “ganse waek”.

Dit is alweer mijn laatste week op dit prachtige continent waar ik begin januari naar terug mag keren. En als ik een kleine bijdrage kan leveren om de mensen hier van zoiets “simpels” als water te voorzien dan is mijn missie gelukt. Ik ben in ieder geval trots dat ik dit mag doen.

Bedank veur al die reacties en schaele wazel van ôch, det haet mich gehollepe in stille momente.



24 november 2009 - Laot gaon dae wage......

Afgelopen weekend ben ik verhuisd naar mijn andere stad, Blantyre, de tweede stad van het land. Een autorit van 400 km naar het zuiden, mijn reisgenoten en ik waren van plan om een omweg te maken via Liwonde National Park. Zo gezegd zo gedaan, nadat we vrijdagavond uitgebreid afscheid hadden genomen van onze project manager en de twee studenten ( wat mich neet mij veel ) zijn we zaterdagmorgen vertrokken richting zuiden. Mijn reisgenoten zijn Thijs, Jeroen en Dennis die ook naar Blantyre gaan, ieder specialist in hun eigen vakgebied van de waterleiding techniek. Wel gezellig om niet alleen te reizen en s’avonds samen te eten, volgend weekend vertrekken ze weer naar Nederland en ben dus weer alleen “auk good”. Misschien moet jullie de verkeers situatie in Malawi even “oetgelach waere”.
Iedereen rijdt hier links, het is dus een goed idee om dit ook te doen. Ondanks dit goede voornemen lukte het me in begin om me hier niet al te veel van aan te trekken, vooral als er geen verkeer om je heen is stuur je automatisch naar rechts om je vervolgens af te vragen waarom de naderde auto op de verkeerde weghelft rijdt!! (Laegelap,…. oeps).
Maar na ruim ander halve week sturen ben ik er wel aan gewend, “aevel” in het donker rijden is echt not done. Er brand nergens straatverlichting en iedereen rijdt met groot licht op de middenstreep, verder is de weg bezaaid met “gater” en het verbaasd me hoeveel een auto kan hebben voordat hij doormidden dreigt te breken. De eerste twee weken reed ik in een Mercedes die al behoorlijk te lijden had gehad van het slechte wegdek, de uilaat maakte geluid als een F16, maar ja, ik had tenminste eigen vervoer en “kampers” kennen ze hier toch niet. Het rare is ook dat je niet weet hoe je soepel in moet stappen zonder dat je je heup uit de kom draait, aan de verkeerde kant instappen is me natuurlijk ook al een paar keer gelukt( “roeiekop” ).
De reis naar de mijn nieuwe uitdaging was dus begonnen, na een paar kilometer maakten we kennis met voor ons onontgonnen gebied, al snel werd het heuvelachtig en waren de vergezichten “waan”. Dit landschap verwacht je niet in Afrika, groen en bergachtig het lijkt wel Oostenrijk.
Voordat we vertrokken waren hadden ze ons erop gewezen dat de maximum snelheid 110 km/u was op de weg, type Napoleonsbaan, en ter hoogte van de dorpjes 50 km/u. Natuurlijk geen probleem want dat is bij ons ook zo, maar ja……, je voelt het al aankomen. Ik rijd bergaf een dorpje uit, achter een andere auto aan, en geef weer “un bietje gaas” en ja wel hoor daar staan ze “de woute” #@$%!!
Ze wijzen ons naar de kant en een zeeeer vriendelijke man, met pet, verteld me “you were speeding”….. shit. Ik blijk niet de enige te zijn die wordt aangehouden, iedereen die de berg afkomt rijdt te hard. Er staan nog acht auto’s hun vonnis af te wachten, resultaat 41 km te hard!! Het hard klopt me in de keel, ik zal best te hard hebben gereden maar 41 kilometer, “eg neet”. Bezweet en met het hart in de keel probeer ik uit te tellen wat dit me in Venlo zou kosten, maar voor me dit lukt valt het vonnis, 5000 Kwacha!
Vriendelijk en hoffelijk blijven, betalen en doorrijden, ik mag mijn rijbewijs houden.
Een paar dagen later hoor ik dat de Deense regering de laser apparaten gedoneerd heeft aan Malawi, Søren Lerby heb ik ook nooit gemogen.
Aangekomen in het National park gaan we mee met een boot safari, geweldig. Toen ik in Nederland vertelde dat ik naar Afrika ging zeiden diverse mensen “dao kinse op safari”, inderdaad dat kan, maar ja, ik ben wel vaker in de dierentuin geweest. Mijn mening is intussen veranderd, het is toch wel prachtig als je een kudde olifanten tot de knieën in het water ziet staan grazen en tien meter verder een familie nijlpaarden met elkaar ziet spelen.
In onze kleine boot zijn we een heel eind het gebied ingevaren waar we nog diverse dieren in hun natuurlijke omgeving hebben mogen bespieden, een onvergetelijke ervaring. Na wat “pilskes te kloeke” is de dag voorbij en lopen we terug via de prachtig aangelegde tuinen van ons koloniale hotel. Terwijl we al pratend terug wandelen naar onze huisjes spotten we een Hippo die het gras in de tuinen staat te maaien, wauw, ”This is Afrika man“.
Zondag zijn we met onze auto het gebied ingereden onder begeleiding van een gids met “un flint” een M16 uit de Vietnam oorlog. Nu was het wel handig dat ik in een andere auto reed in dit ruige terrein, de dikke Toyota Fortuner 4x4 was een stuk beter dan de afgetrapte Mercedes.
Nadat we de halve dag door elkaar waren geschud hebben we de reis hervat richting Blantyre. Na nog een paar indrukwekkende bergtoppen van 1800 en 2000 meter te hebben beklommen zijn we veilig aangekomen op mijn nieuwe bestemming voor de komende twee weken.
De eerste indrukken zijn goed, bergachtig groen en dezelfde “vrintelikke minse”. Ik ben benieuwd wat voor avontuur me hier weer te wachten staat.

P.s

5000 Kwacha is 12 euro 50



18 november 2009 - Zondaag in ut zuiden

Het weekend was aangebroken, tijd om van de leuke dingen te genieten die Lilongwe te bieden heeft. Mijn nieuwe vrienden ( Riekus en Sigrun) en ik hadden afgesproken om de plaatselijke markt te bezoeken. Sigrun was van plan “um ein stufke” te kopen en er een traditionele jurk van te laten maken. Het bleek een markt te zijn zonder de typische marktkraampjes maar meer een wijk van allemaal kleine huisjes met een “gats” ertussen door. We voelden ons in de middeleeuwen. Er werd werkelijk alles verkocht van stoffen en fruit tot oude auto onderdelen en natuurlijk de onvermijdelijke bergen vis, tjonge jonge wat een lucht. Doordat de straatjes maar ongeveer een halve meter breed waren was het dringen geblazen, wat het contact met de andere marktbezoekers onvermijdelijk maakte. Ideaal om een gesprek opgang te brengen, vooral als je de gebruikelijke begroetingen in het Malawiaans inzet vinden de mensen het prachtig dat je het Chichewa ( taal van Malawi) gebruikt. Toen we een leuk stofje hadden uigezocht werden de maten opgenomen bij de kleermakers die twee meter verder zitten met diverse naaimachines uit het begin van de vorige eeuw. Na de gebruikelijke onderhandelingen kwamen we uit op een prijs van 8 euro voor het maken van de jurk met voering ( de liers heej van alles), van de reststof zouden ze nog een handtas maken. Vier uur later zou alles klaar zijn!!! Toen we terug gingen werd er gepast, omdat Riekus en ik aan de ander kant van de stoffenmarkt stonden liep zij in haar nieuwe jurk langs alle de andere winkeltjes om deze aan ons te laten zien. Onder luid geklap en gejoel kwam ze met een rood hoofd bij ons aan, geweldig.
Toen ik 's-morgens aan het ontbijt zat werd ik door Clara, de eigenaresse van mijn guesthouse, erop gewezen dat er een golftoernooi was voor de happyfew van Lilongwe. Ik vroeg haar of ik daar wel binnenkwam omdat ik tenslotte geen lid ben, je bent toch een Muzungo (blanke) zei ze. Noem mijn naam maar en dan kun je zo doorlopen. Nu kun je je afvragen of je dit wel moet doen. We besloten toch te gaan, want je kunt pas een mening over iets hebben als je het zelf hebt ondervonden. Op de golfclub van Lilongwe waren precies de types die we verwachten van een club in de hoofdstad van een land wat Lilongwe ten slotte is. Ambassadeurs van diverse landen met hun opgedirkte vrouwen “ te smaal te broen te blond”. Omdat we de moeder van Clara tegenkwamen hoorden we precies wie wie was. We mochten ook deelnemen aan de braai (BBQ) maar na een cola hielden we het voor gezien, weg hier. Dit is een te grote tegenstelling, een te grote cultuurshock. Ben je net een beetje “gewind aan d’n ermood” krijg je dit weer te verwerken, wat een tegenstellingen. Maar ja…., zo zit die wereld in elkaar.

Zondag wilden we naar de kerk, we hadden ons voorgenomen om een kerkdienst te bezoeken waar flink Afrikaans gezongen en gedanst zou worden. Zo gezegd zo gedaan, om half acht zaten we “op zien zondaags” in de auto, klaar om te swingen en te zingen. Sigrun had zelfs haar nieuwe “kletje”aan. We hadden links en rechts wat navraag gedaan naar welke kerk we het beste zouden kunnen gaan. Dit is niet gemakkelijk want er zijn zoveel kerken hier van Roomskatholiek en Protestant tot Hindi en Anglicaans, dat de keuze enorm is. We besloten het er maar op te gokken en een paar jonge mensen op straat aan te spreken die volgens ons een bijbel in de hand hadden. Ja, wij gaan naar een singing church zeiden ze, ik zei, “spring in de wage, dan bringe och”. Om acht uur aangekomen zaten er 10 man en een paardenkop, nee toch, daar waren we niet voor gekomen. Maar na een half uur waren er ongeveer 400 mensen in de zaal aanwezig, het begin was er. Op het altaar stonden een drumstel een basgitaar en twee keyboards, dat beloofde wat. Ik voelde me net in de jongerenkerk ven kapelaan Brueren. De mis begon met een rustig nummer van het 12 koppig koor, iedereen stond op en begon mee te wiegen op de maten van dit prachtige nummer. Vervolgens werd er ongeveer een uur vol op gedanst en gezongen door iedereen, waanzinnig. Je voelt je wel echt een blanke hork tussen al deze soepel bewegende soms 80 jarige zwarte atleten. Toen we uitgehijgd waren werd er tot onze ontzetting door Pastoor verteld dat er een paar nieuwe gezichten waren in de kerk, en of we even wilden gaan staan zodat iedereen ons even kon zien !! Iedereen begon te klappen en te “winke”, leuk. Na een preek van anderhalf uur (had wat korter gekund) was de mis afgelopen. Na drieeneenhalfuur stonden we weer buiten, een prachtige ervaring rijker. Ik vond wel dat we volgens goed katholieke traditie een pilsje hadden verdient, het is niet bij een gebleven.

Hald och.


13 november 2009 - Mien ierste werkwaek

Het werk is begonnen, de eerste dag was het vooral veel handen schudden en namen onthouden van mijn nieuwe Afrikaanse collega’s. Wat een geluk dat de mensen hier allemaal Engelse voornamen hebben. Ook het begroeten is iedere dag weer een hele ceremonie het begint met Mwadzuka bwanji (goede morgen)en dan is het antwoord; Ndili bwino (het gaat goed) en dan Muli bwanji (hoe gaat het met jou) antwoord; Ndili bwino. Als je dan tegenover iemand staat geef je hem de handshake, hand duim hand. En dan zeg je nog diverse keren Zikomo (bedankt) en det is ginne wazel. Zoals in alle zuidelijke landen gaat alles wat rustiger en langzamer dan bij ons, vooral afspraken zijn een nogal ruim begrip. Met de staat van de technische installaties valt het best mee, oud maar het werkt wel, meestal. Wat me wederom opvalt, is dat de mensen enorm leergierig zijn, ze zijn trots op hun vak en willen zich verder ontwikkelen.
Als de Arbodienst hier over het opslag terrein zou lopen kwamen we meteen op het 8 uur journaal want overal liggen hoge bergen asbest van oude buizen en hulpstukken, tja ze hebbe andere dinger aan de kop.
Toen ik aankwam heb ik kennis gemaakt met Siegrun Huiskens en Riekus Bakker, twee studenten uit Leeuwarden. Zij zijn al twee maanden in Malawi om voorwerk te doen. Aan de samenwerking met Riekus ( civiele techniek) beleef ik veel plezier, hij heeft al een goede gebiedskennis en kent ook de technische installaties op zijn duimpje. Dit scheelt mij natuurlijk veel tijd om de nodige verbeteringen toe te passen. Ik vind het prachtig dat deze jonge twintigers zich zo inzetten in dit prachtige, maar straatarme land.
Ondanks de armoede zijn de mensen die ik ontmoet enorm vriendelijk en goedlachs, iets wat de meeste van ons wel zou vergaan als ze van twee euro per dag zouden moeten rondkomen (als je tenminste werk hebt !! ). Het doet pijn als je ziet hoe de mensen in de “laag inkomen gebieden” moeten leven. Wij in de westerse wereld worden doodgegooid met de beelden uit Afrika en je hebt de neiging om weg te zappen, maar als je dit van dichtbij ziet worden het opeens “echte” mensen en komen de beelden keihard binnen.
Het leven speelt zich af op straat en als je ergens stopt om iets te controleren heb je in een mum van tijd contact met kinderen die het prachtig vinden om Engels met je te praten. Kreten als “What’s your name” en “mister mister” vliegen je om de oren. Ook de haren op mijn armen vinden ze enorm interessant. Wat altijd helpt om een gesprek op gang te brengen is voetbal, Van Persi en van Nistelrooy doen het goed, aan Honda ben ik nog aan het werken.
We zijn ook bij de meisjes school geweest die opgericht is door Madonna, de bevolking is enorm trots dat deze superster hun land helpt.

Wies de volgende kier.


7 november 2009 - En toen was er internet

Na 24 uur gereisd te hebben ben ik in Malawi aangekomen. Op een enkele vertraging na is alles goed gegaan,”niks gebraoke”. Van de herfst naar de zomer (28 graden) toch wel lekker. Aangekomen op het vliegveld kom je er meteen achter dat je in een andere wereld bent. Vooral vrouwen hebben van alles op hun hoofd, van grote emmers tot enorme koffers. De aarde is inderdaad rood gekleurd en de mensen lopen in lange rijen langs de weg. Precies zoals je Afrika in gedachte hebt. Toen ik op mijn logeer adres aankwam was ik erg blij te horen dat er Internet op de kamers aanwezig is, super. Vanavond maak ik het niet laat want van slapen in vliegtuigen komt niet veel terecht. Morgen ga ik de omgeving maar eens verkennen en contact leggen met de minse.


6 november 2009 - Ik gaon

Nou, het is zover, de reis gaat beginnen. Vandaag vertrek ik naar "het warme hart van Afrika". Ik vlieg van Dusseldorf via Amsterdam en Nairobi naar Lilongwe in Malawi. Als alles goed verloopt zal ik daar op 7 nov om 11.00 uur aankomen.
Klik op de link om wat meer achtergrond info te krijgen over dit avontuur http://www.vitens.nl/Vitens/Pers+en+Media/Malawi.htm

Mondiaal Platform Venlo: Geeft de wereld een gezicht!