Rubrieken
Met het oog op:  





Eric Vullings
Een brug slaan

Beste mensen,

Op verzoek van het mondiaal platform van Venlo is mij gevraagd een stukje te schrijven over het werk wat ik als vrijwilliger doe voor de stichting Yaluva Sri Lanka. Mijn bezieling, mijn beweegredenen, mijn visie op de derde wereld problematiek.
Ik kan er een hele redevoering op loslaten maar als je het op scherp zet denk ik dat alles te maken heeft met de macht en de machteloze. Ene partij die gruwelijk veel angst heeft om macht te verliezen en de andere partij die naar rechtvaardigheid snakt. Tussen deze twee uitersten ligt een kloof waar ik samen met mijn vrienden van de stichting Ya Luva een brug probeer te slaan. Yaluva betekent vrienden van. In mijn hieronder geplaatste verhaal een verslag van deze twee uitersten.

Uit het dagboek van een volunteer.

Colombo, 13 oktober 1997.
Maandag.
Vandaag om zes uur opgestaan. Ton ligt nog in bed.
Rond de klok van zes uur begint het licht te worden.
Een paar vogels beginnen alvast aan hun ochtend concert.
Er is een vogel bij als je die een keer gehoord hebt dan vergeet je hem nooit meer. Zijn bijzondere fel achter elkaar fluitende tonen klinken luid in de stilte van de ochtend. Als de eerste zonnestralen doorbreken dan begint een nieuwe dag in het topics Sri-Lanka. Ik zit in de lunchroom en heb mijn dagboek voor mij liggen. Naast mij staat een heerlijk geurende kop cylon thee. Al nippend aan de thee gaan mijn gedachten terug naar gisteren en begin de reis naar Rattota op te schrijven. Om acht uur zijn we vanuit een gesthouse in Matale vertrokken naar Rattota Nicolaya estate. Onderweg spreken Ton Robert [onze Sri-lankaanse vertegenwoordiger] en ik af eerst naar de directeur van Nicolaya estate [Thee plantage] te gaan.
Dit lijkt ons belangrijk omdat je dan weet of je geen tegenwerking krijgt van zo man. Je weet niet deze man zich beledigt voelt als je zonder zijn medeweten zomaar gezinnen gaat sponsoren. Dus we gaan hem allereerst uitleggen wat wij zoal van plan zijn.
Na anderhalf uur komen we op de plantage aan. Wij vragen iemand de weg naar de bungalow. Een man van middelbare leeftijd wijst ons de weg. Over een kronkelend pad rijden we naar boven. Op een helling tussen het groen verscholen zien we een Landhuis staan. Iets lager ligt nog een gebouw. We parkeren de auto op de parkeer plaats en stappen uit. Een man loopt op ons af. Robert begint een gesprek in het Tamil. We zijn hier in een gebied waar de teatamils wonen. Deze mensen zijn hier door de voormalige Engelse koloniale bezitters vanuit zuid India naar de bergen in Sri-lanka gedeporteerd.
Robert vraagt of het mogelijk is of wij de directeur van deze plantage mogen spreken. Snel loopt hij naar boven en even later is hij terug. We mogen komen en wij volgen de man. Bij een gebouw aangekomen wijst hij ons de weg naar de deur. De deur staat half open. Ik duw de deur verder open en ga naar binnen.
Voor mij staat een groot houten bureau en met daar achter een stoel een zwaarlijvig figuur met een zwart glimmende pruik en een veel te groot oud model Lee Towers bril op zijn neus.
Ik loop naar voren en geef hem een hand. De man reikt zijn hand naar voren en kreunend "welcome". Dan geeft Ton hem een ook een hand en stelt zich en onze stichting voor.
Nu roept de man op luide toon een commando. Ogenblikkelijk komt er van uit een kamer verder een man aanlopen.
Een mager mannetje verschijnt in de deuropening en kijkt dan ononderdanig. Op blafferige toon spreekt hij het mannetje aan die dan snel omdraait en vliegensvlug twee stoelen haalt. Hij zet de stoelen bij Ton en mij neer.
Als Ton zegt dat Robert onze vertegenwoordiger is op Sri-lanka en er ook bij hoort commandeert hij nog eens en even later heeft ook Robert een stoel. Ton begint het gesprek en vertelt van onze stichting en onze bedoelingen op deze plantage.
Ondertussen bekijk ik deze man.
"Nero, de reïncarnatie van keizer Nero" denk ik ontdaan. Wat leuk die man eens een keer te mogen ontmoeten. Uit het bureau is op de plaats waar " Nero" zit een grote boog uitgezaagd zodat zijn dikke buik er precies in past.
Kort van adem vraagt hij naar onze positie in deze stichting.
Wij leggen uit dat we vrijwilligers zijn en dat we de penningmeester, [Ton] en secretaris, [ Eric] zijn.
Dan vraagt hij haast kwijlend of wij hem geen ticket naar Nederland kunnen geven. Hij wil ons graag in Nederland komen uitleggen hoe hij hier alles bestuurt en hoe een thee plantage in elkaar steekt.
Ton houdt heel diplomatiek de boot af. Ik vertel Nero dat ik dit een heel mooie plek vind, een paradijs op aarde, en dat is het ook. Van uit zijn kantoor heb je werkelijk een adembenemend mooi uitzicht over het valei. Het is er wonderschoon en er heerst een serene stilte. Op de achtergrond hoor ik het kabbelende bergstroompje dat al kronkelend tussen de rotsblokken zijn weg naar beneden zoekt en dan in de verte tussen het weelderig groen van de berg hellingen verdwijnt. Dit is werkelijk en waarlijk een plek waar je tot rust kan komen.
Voor me uit dromend zie ik Nero zitten en vraag mij af hoe een dergelijk man op deze plek terecht gekomen is. Wat ik van de theeplantage weet is dat de meeste plantages staatsbezit zijn en dat de regering er een manager op plaatst die dan de boel draaiende moet houden. Over het algemeen zijn dit Singaleese managers.

Dit verhaal is in zijn geheel geplaatst op de website van de stichting Ya Luva Sri Lanka op rubriek ingezonden reisverhalen.
www.ya-luva.nl

Vr. gr. Eric Vullings Losbaan 4 Lottum
Mondiaal Platform Venlo: Geeft de wereld een gezicht!