| Rubrieken | ||
| Met het oog op: | ||
Har Beurskens |
Helpen is een plicht | |
|
“Helpen is een plicht”; dat zegt Huub Stapel, acteur en ambassadeur van de Aloshikha Foundation. In een interview voor het boekje ‘Passie voor een betere gezondheid in ontwikkelingslanden’ van de NCDO1 wijst Huub erop dat particulieren ook zelf de handen uit de mouwen moeten steken. “Daarom ben ik ambassadeur geworden van de Aloshikha Foundation”. Huub vindt het verbeteren van de gezondheidszorg en onderwijs voor moeders en kinderen een heel goede zaak. “Mensen die onderwijs krijgen, worden mondiger. Ze gaan nadenken over dingen en krijgen een kritische blik”. Met dit soort mooie woorden krijgt de Aloshikha Foundation een goede steun in de rug bij haar streven om de leefomstandigheden van de allerarmsten in Bangladesh te verbeteren. De Aloshikha Foundation ondersteunt projecten in Bangladesh, op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en plattelandsontwikkeling. Hierbij richt de Aloshikha Foundation zich vooral op moeders en kinderen. De Aloshikha Foundation geeft zowel financiële als materiele hulp. Hulp wordt mogelijk gemaakt door in Nederland donateurs te werven. Dit kunnen particulieren zijn maar ook bedrijven of instellingen. Bewustwording van Nederlanders van de ontwikkelingsnoodzaak in Bangladesh is daarbij een belangrijk aandachtspunt. De Aloshikha Foundation ondersteunt in Bangladesh het Aloshikha Rajihar Social Development Centre (Aloshikha), een Bengaalse niet-gouvernementele organisatie die haar werkzaamheden uitvoert in het deltagebied van Bangladesh. Het werkgebied van Aloshikha ligt 200 km. ten zuiden van de hoofdstad Dhaka. De Aloshikha Foundation doet dit niet alleen door fondsen te werven maar ook door Aloshikha in Bangladesh met deskundigheid te ondersteunen bij het opzetten en uitvoeren van projecten. Ieder jaar bezoeken bestuursleden van de Aloshikha Foundation onze partnerorganisatie Aloshikha in Bangladesh om er ook zelf de handen uit de mouwen te steken en met beide benen in de ‘modder te staan’. Zien, ruiken en voelen, dan ervaar je pas goed hoe het is om in een land als Bangladesh in bittere armoede te leven. In het werkgebied van Aloshikha wonen ruim 200.000 mensen, verdeeld over de districten Barisal, Gopalganj, Faridpur en Madaripur. In dit gebied zijn jaarlijks overstromingen. De bevolking is gewend om met deze overstromingen te leven. Soms gaat het echter goed fout en zijn de overstromingen zo ernstig dat er ook slachtoffers vallen.
• Vanuit een moeder en kind kliniek en vijf doktersposten wordt gezondheidszorg geboden. Vanuit de kliniek gaan zogenaamde community health motivators de dorpen in om de lokale bevolking voorlichting te geven over gezonde voeding, hygiëne en basale gezondheidszorg. • Om de lokale bevolking van schoon en arsenicumvrij drinkwater te voorzien, bouwt Aloshikha ‘deep tube-wells. Deze waterpompen halen het water vanuit een diepte van driehonderd meter waardoor het vrij is van bacteriën en arsenicum. • Aloshikha bouwt ook ‘slab and ring latrines’. Door deze eenvoudige toiletten worden door water overdraagbare ziektes zoals diaree, cholera en dysenterie en daarmee ook kindersterfte voorkomen. • Op 40 preschools verzorgt Aloshikha eenvoudig onderwijs aan kleine kinderen. Zonder de inspanningen van Aloshikha zouden deze kinderen geen onderwijs krijgen en alleen maar moeten werken om daarmee een bijdrage te leveren aan het schamele gezinsinkomen. • Op het vlak van plattelandsontwikkeling draagt Aloshikha haar steentje bij door het verstrekken van microkredieten en door scholing van volwassenen. Hierdoor kunnen gezinnen zelf kleine bedrijfjes beginnen om in hun levensonderhoud te voorzien. Moeders wordt geleerd hoe ze bij hun hutje groente en fruit kunnen verbouwen. Bangladesh heeft nog veel hulp nodig. Maar Bangladesh is al lang niet meer de permanente ramp die het in het verleden was. De bevolking spreekt liever over het ‘Sonar Bangla’, ‘Gouden Bengalen’. De eerste twintig jaar na de onafhankelijkheid had het land nodig om overeind te krabbelen en zelfstandig te worden. Het gevecht om de macht slorpte veel energie op en ging ten koste van een stevige aanpak van armoede en ongelijkheid. Vooral in het laatste decennium groeide een krachtig middenveld, dat veel gaten vult die de overheid laat vallen op onderwijsgebied, in de gezondheidssector en in het algemeen bestuur. De sterke niet-gouvernementele sector vormt een uniek kenmerk van de Bengaalse samenleving. Aloshikha is daar een goed voorbeeld van. Aloshikha heeft zich een niet meer weg te denken positie verworven in haar werkgebied. Zonder Aloshikha zou de lokale bevolking verstoken blijven van onderwijs en gezondheidszorg omdat de overheid de bevolking op het platteland nauwelijks bereikt. De economie groeit voorspoedig, terwijl de bevolkingsgroei eindelijk afneemt. Maar nog altijd kent Bangladesh een keiharde samenleving van veel te veel mensen, waar gevochten wordt om elk stukje grond, waar vrouwen worden onderdrukt en miljoenen kinderen dag in dag uit aan het werk zijn. De inwoners van Bangladesh delen een passie voor poëzie, romans, toneel en muziek. De traditionele religieuze tolerantie staat onder druk van moslimradicalen. De bevolking is steeds beter voorbereid op de regelmatige cyclonen en overstromingen. Klimaatverandering vormt een nieuwe bedreiging. Op 16 februari jl. verscheen er een persbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken waarin steun wordt toegezegd aan Bengaalse hulporganisaties voor onderwijs en water. Maar tegelijkertijd wordt Bangladesh ook de wacht aangezegd dat het land prioriteit moet geven aan het bestrijden van terrorisme en corruptie. En terecht, Bangladesh staat namelijk nog steeds bovenaan de lijst van de meest corrupte landen ter wereld. “Gebrek aan goed bestuur, corruptie en terrorisme ondermijnen de verdere economische en sociale ontwikkeling van Bangladesh”, is de boodschap van minister Van Ardenne. Nederland heeft veel waardering voor de vooruitgang die Bangladesh boekt als het gaat om het halen van de Millennium Ontwikkelingsdoelen in 2015; alle kinderen in de klas, meer mensen toegang tot veilig drinkwater, terugdringen van kindersterfte, ze liggen allemaal binnen handbereik. Bangladesh kent een stabiele economische groei en spant zich in voor meer regionale samenwerking. Bangladesh kan van deze positieve ontwikkelingen veel meer profiteren, wanneer het land beter zou worden bestuurd, de mensenrechten worden gerespecteerd en het geweld wordt teruggedrongen. De regering en oppositie zouden niet langer de confrontatie moeten zoeken, maar met elkaar de dialoog moeten aangaan. Het bezoek van minister Van Ardenne stond, naast de politieke dialoog, in het teken van water, onderwijs, gezondheidszorg en versterking van de private sector. Nederland ondersteunt Bangladesh al jaren in deze sectoren. Zo helpt Nederland bij het realiseren van nieuwe landaanwinning (de Char’s) en het bewoonbaar maken van deze eilanden. Van Ardenne: “We zien mensen hun eigen land bewerken, meisjes en jongens naar school gaan, waar tien jaar geleden nog water was. Het is mooi dat Nederland hier financieel en met kennis van waterbeheer aan kan bijdragen.” Nederland gaat de komende vijf jaar helpen om meer dan 8½ miljoen mensen in Bangladesh te helpen aan schoon drinkwater en 17½ miljoen mensen te voorzien van sanitaire voorzieningen. Met dit programma is € 53 miljoen gemoeid. Ook heeft Nederland toegezegd de komende 3½ jaar ruim € 14 miljoen extra te willen bijdragen aan onderwijs. Bij elkaar een behoorlijk bedrag. Mooie vooruitzichten zou je zo denken. Totaal wordt er de komende vijf jaren door Nederland dus ruim € 67 miljoen aan ontwikkelingshulp gegeven aan Bangladesh. Dat is bij het huidige aantal inwoners van ongeveer 150 miljoen per hoofd van de bevolking € 0,09 per jaar en dat vijf jaar lang. En met die wetenschap staan we dan weer even met beide benen op de grond. Er zal dus nog veel water door de grote rivieren, de Ganges en de Brahmaputra vloeien voordat alle mensen in Bangladesh op een menswaardige manier kunnen leven. Dan toch maar weer terug dit jaar om ook weer ‘mijn steentje bij te dragen’. Weer zelf met beide voeten in de modder staan en zien, ruiken en voelen hoe het is om te leven in Bangladesh, ‘het gouden Bengalen’! De Aloshikha Foundation (www.aloshikha.org) probeert samen met haar partnerorganisatie Aloshikha in Bangladesh een steentje bij te dragen aan de moeilijke leefomstandigheden van de lokale bevolking in een werkgebied van 200.000 inwoners. Gelukkig zien we tijdens ons jaarlijks werkbezoek met eigen ogen vooruitgang voor de lokale bevolking, hoe klein dan ook. Dát is wat ons stimuleert om door te gaan en dát geeft een meer voldaan gevoel dan een luie strandvakantie. Tegelen, 18 april 2006 Har Beurskens, voorzitter Aloshikha Foundation
Mijn gouden Bengalen, ik houd van jou. Je hemel, je lucht laten mijn hart zingen alsof het een fluit is. O moeder, in de lente maakt de geur van je mango boomgaarden mij wild van vreugde. Wat een beleving, o moeder, in de herfst, in de bloeiende rijstvelden heb ik overal zoete glimlachen gezien. Wat een schoonheid, wat een nuances, wat een liefde, wat een genegenheid. Wat een deken heeft u gespreid aan de voet van de vijgenbomen langs de oevers van de rivier. O moeder, de woorden van uw lippen zijn nectar voor mijn oren. Wat een belevenis, moeder, wanneer verdriet een schaduw werpt over uw gezicht, zijn mijn ogen gevuld met tranen. Rabindranath Tagore (1861-1941) Dichter en winnaar Nobelprijs 1913 1) Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling. |
||
| Contact | Mondiaal Platform Venlo: Geeft de wereld een gezicht! |