Rubrieken
Venlonaere in den vreemde  




Herman Evers
Herman Evers vanuit Peru

Herman Evers, pastor van de Jongerenkerk in Venlo en in de vrouwengevangenis in Sevenum, is op 17 januari samen met zijn dochter naar Lima,de hoofdstad van Peru gevlogen. Rian gaat 6 maanden werken met Jan Brinkhof een studiegenoot van Herman Evers. De priester Jan Brinkhof werkt daar al 25 jaar bij de mensen in de sloppenwijken. Herman vergezelt Rian een paar weken en dan komt hij weer terug naar Nederland. Herman beschrijft de indrukken van de eerste dagen in de sloppenwijken.

De naaimachine stond in het midden.

In de kleine drie weken die ik in een grote 'volkswijk' van Lima, de hoofdstad van Peru verbleef, heb ik heel wat gezien, gehoord en meegemaakt. Comas, zo heet deze wijk, heeft 1 miljoen inwoners. Het is voor onze begrippen een grote troosteloze wijk, met heel veel armoede-problemen. In dat opzicht een echte derde-wereldstad. Ik verbleef in een subwijk van Comas, die zich nog steeds uitbreidt.

Ik was te gast bij een oude studievriend van mij, die daar al 25 jaar werkt. Hij is er pastoor en tevens opbouwwerker. Ik heb er mijn oudste dochter naar toe gebracht, die 4 maanden bij hem mag blijven. Zij is nu actief in een van de vele 'gaarkeukens' die mijn vriend, padre Jan, daar heeft opgezet om met name de allerarmsten van een warme maaltijd per dag te voorzien. Mede door dit initiatief is padre Jan een begrip geworden. Hij nam me mee naar allerlei mensen en situaties, waar je normaliter niet komt als buitenlander. Zelf heb ik ook verschillende dagen in zo'n gaarkeuken gewerkt. Daar worden door vrijwilligers goede en gezonde maaltijden gekookt, die mensen uit de buurt voor weinig geld kunnen kopen. Sommigen halen het eten met pannetjes af. Anderen gaan ter plekke in een hoekje aan tafel eten. Daar waar ik was, werd per dag voor zo'n 80 mensen gekookt.

Hier volgt een waar gebeurd verhaal, dat ik heb meegemaakt. Dit verhaal geeft m.i. weer wat voor bijna alle bewoners van Comas zou kunnen gelden.

Een van de eerste dagen werd ik door padre Jan meegenomen naar één van de vele gaarkeukens, niet ver van zijn woning. Ik werd daar voorgesteld aan mevrouw Lugana, die de coördinatrice was van deze keuken. Samen met Jan was deze keuken 20 jaar geleden opgezet. De keuken ligt aan een drukke doorgangsweg in het betere gedeelte van de wijk. Lugana is een mevrouw van ongeveer 70 jaar. Ze is goed bij de tijd, politiek bewust en een echt leidersfiguur.

In deze keuken heb ik vele dagen meegedaan met het schoonmaken van de groente, het snijden van het vlees en het verdelen van de porties.

Op een dag had Lugana thuis wat vergeten mee te nemen. Ze vroeg mij of ik even mee wilde lopen naar haar huis. We kwamen aan bij een heel klein optrekje van steen, voorzien van een roestig golfplaten dak, met daarop een aantal dikke rotsbrokken om te voorkomen dat de golfplaten eraf waaien. Toen ze op de deur sloeg, begon een grote hond te blaffen. Lugana werd wat ongeduldig, omdat de deur van binnenuit niet werd opengemaakt. Ik zelf dacht dat ze op een tuindeur aan het kloppen was en dat ze in de woonkamer het kloppen niet zouden horen. Toen de deur open ging, stonden we echter al in het woonvertrek. Niks klein tuintje. Niks de woonkamer verder op. Alles was pover en klein, terwijl Lugana er uitziet als een ‘middenstandsdame’. Ik had, eerlijk is eerlijk, een soort middenstandswoning verwacht. In deze ruimte stond een tafel met kookspullen en een beetje voorraad aan eten. Verder viel de naaimachine op die midden in de ruimte stond. Achter de naaimachine zat de dochter van Lugana Sandera, 27 jaar oud. Een meneer, die haar man bleek te zijn, was eveneens ongeveer 70 jaar. Hij was met een lijmpot bezig. Er waren twee stoelen in het vertrek, één achter de naaimachine en één voor de vader met z'n lijmpot. Verder waren er een aantal houten krukjes, waarvan ik er een kreeg aangeboden. Het bleek dat ik bij 'thuiswerkers' was beland. De dochter naaide allemaal halffabrikaat Bata-baby schoentjes. De vader lijmde de stukken voordien iets aan elkaar. Er lag nog een hele stapel die zij moest naaien. Het was een oude elektrische machine met een klein lampje er aan vast. Zij had een slechte houding bij het werken. De Arbo zou hier alles totaal afgekeurd hebben. De vader had twee oude verfemmers, waar de naam latex nog op stond. De ene diende als bijzettafeltje, de ander als voorraad emmer. Er was geen werktafel of zoiets. Ze legden mij precies uit hoe het proces verliep van hun arbeid. Ook vertelden ze dat ze 's morgens om 7 uur begonnen en feitelijk tot 's avond 19.00 uur doorgingen. De werkdruk was groot, want om de twee dagen kregen ze een nieuwe partij aangeleverd. Ook tijdens mijn verblijf van ongeveer 20 minuten, werd er gewoon doorgewerkt. De grote hond was er om dieven af te schrikken. Lugana liep wat op en neer. De andere ruimte was een heel kleine ruimte, waar twee bedden in stonden. Verder was er nog een kleine ruimte. Dat bleek de wc met een apart kraantje, waar het water vandaan werd gehaald. Ik heb met opzet niet gevraagd wat ze verdienden. Maar het kan niet veel zijn gezien de leefomstandigheden. Wel zullen ze een spaarpotje hebben aangelegd voor medische hulp en voor de echte oudedag voorziening. Ik kreeg een glas gele cola aangeboden uit de fles, waarop met grote letters stond Inka Kola. Een eigen fabrikaat van Peru.

Heel trots wees de vader me op een foto van een of andere kalender, waarop de IJssel was te zien met zwartbonte koeien op de voorgrond. “Dat is echt Holanda”, zei hij. De plaat had hij gekregen van padre Jan.

Na een kleine 20 minuten gingen we weer terug naar de gaarkeuken. Daar heb ik, voor zover ik kon, flink geholpen. Ze waren ten minste tevreden over me. Maar ze waren ook trots dat een vriend van padre Jan, bij hen in de keuken kwam helpen én bovendien zeer veel belangstelling voor de gaarkeuken had.

Vlak voordat ik weer terug zou gaan naar Nederland, nodigde Lugana mij en mijn dochter uit om op zaterdagavond bij haar thuis te komen eten. Ze wilde graag op die manier mijn dochter leren kennen en afscheid van mij nemen. We hebben de uitnodiging aangenomen en gingen ernaar toe.

We werden hartelijk ontvangen, hoewel we het gevoel hadden dat we te vroeg waren. Sandera zat nog achter de naaimachine schoentjes te naaien en de vader was met de lijmpot bezig. Het was, alsof ik niet weg was geweest. Haastig werden de krukjes te voorschijn gehaald en we konden zitten. De naaimachine werd uitgezet, en de spulletjes in een hoekje van de ruimte gelegd. Lugana praatte veel, maar we verstonden beide niet goed wat ze bedoelde. Rian kwam met Sandera aan de praat over Lima en hoe het haar beviel. Zelf zat ik wat rond te kijken. Lugana was bezig aan de tafel waar van alles en nog wat opstond. Wat ze deed wist ik niet. Ze maakte wat vuur en zette daar een pan op. Tussendoor kregen we Inka Kola aangeboden. Maar dat ging niet vanzelf, omdat er geen plek was om het glas op te zetten. Na wat heen en weer geschuif werd de naaimachine de tafel. Lugana praatte en praatte, maar begrepen deden we het niet. Maar geleidelijk aan werd het duidelijk. We zouden weggaan en Sandera zou meegaan. We begrepen het niet, want we waren toch gekomen om samen te eten. Maar omdat we niets roken en er geen tafel te bekennen was die gedekt was of gedekt kon worden, schrokken we beide. “Ze nemen ons toch niet mee ‘uit eten’ ?” We voelden ons beide erg bezwaard. Maar wat moesten we ? Dus liepen we maar mee de ruimte uit. Vader echter ging niet mee. We liepen een paar straatjes door, vele mensen vriendelijk goedendag zeggend. Toen we weer een hoek om waren, kwamen we bij een huis, waar voor de deur een soort feest bezig was. Toen ze ons zagen, kwam er mevrouw naar Lugana toe.

Voordat ik verder ga, moet ik even een klein tussenverhaal vertellen.

Op een van de dagen dat ik bij Lugana in de keuken werkte had ik iets meegekregen over een vrouw, die voor een paar maanden geleden ook in de keuken gewerkt had. Zij was nu heel ernstig ziek. Ze zou kanker hebben en terminaal zijn. Om voor haar medicijnen te kunnen kopen ter bestrijding van de pijn hadden een aantal mensen voor haar een loterij opgezet. Zo kon je bij ons in de keuken voor 1 sol (ongeveer 25 eurocent) een lotje kopen. De prijs die je kon winnen was koe-hart-vlees. Ik heb toen ook wat lotjes gekocht, maar niet begrepen hoe die loterij werkte en wanneer er een prijsuitreiking zou plaatsvinden. Wel heb ik nagedacht over het verschijnsel an sich. Een loterij onder vrienden en bekenden om medicijnen te kunnen kopen.


Nu weer verder met mijn verhaal.

Toen die mevrouw bij Lugana was gekomen, gaf Lugana haar een paar verfrommelde papiertjes. Ik herkende het als zijnde de lotjes. De vrouw liep terug naar het huis waar dat feest was. En ineens had ik een naam voor het gebeuren. “een Vlaamse fancy fair met een loterij voor een goed doel”.

Wij gingen het huis echter niet in. We werden meegenomen naar een soort kleine bouw aan de andere kant van de straat. Er stonden wat stapels stenen en ik zag een emmer met cement er in. Doch voordat we het in de gaten hadden stonden we in een kleine ruimte, bestaande uit wanden van op elkaar opgestapelde stenen. Het had niets van een kamer of huis. In een hoek stond een bed waarop een stervende vrouw lag, met een aantal familieleden aan het voeteneind. Die gingen allemaal op zij, zodat Rian en ik haar beter konden zien en een hand geven. En toen…. Toen werd voor mij het plaatje compleet. We waren bij de vrouw die aan kanker leed en voor wie actie gevoerd werd om haar van medicijnen te voorzien. Rian begreep er helemaal niets van, want zij wist niets van die lotjes. Zelf stond ik met de mond vol tanden. Waar was ik toch ? Wat moest ik hier? Wat werd er van mij verwacht ? Ik drukte de hand van een doodzieke vrouw, die me vriendelijk toelachte en dankbaar was dat ik gekomen was om haar een hand te geven. We voelden ons niet goed en geëmotioneerd.

Toen we die vreemde ruimte verlieten werden we door velen bedankt voor onze komst. Het waren waarschijnlijk haar kinderen. En dan waren er nog vele andere mensen die op onze aanwezigheid afgekomen waren. In mijn hoofd duizelde het aan alle kanten. Terwijl ik nog aan het nadenken was over wat er nu toch allemaal gebeurde, kreeg Lugana stukken vlees, verpakt in wat plastic. Het plaatje werd me nog duidelijker. We waren bij haar uitgenodigd te komen eten van de maaltijd en van het vlees dat zij zogezegd gewonnen had. Daarom hadden we geen eten geroken. En het hele verhaal waar we niets van begrepen hadden was waarschijnlijk het verhaal over de mevrouw die ziek was, de prijs die zij gewonnen had en de medicijnen die nu voor die mevrouw gekocht konden worden.

Toen we weer bij haar thuis gekomen waren moest er met de naaimachine nog meer geïmproviseerd worden. Vijf borden met bestek moesten erop een plaats krijgen plus een nieuw glas met Inka Kola. Feitelijk ging het niet, maar we gingen maar door. Zij hadden er ogenschijnlijk geen enkel probleem mee. Niets van: “we zouden eigenlijk een tafel moeten hebben”. Of: “wat vervelend dat we geen stoel voor jullie hebben”. Of: “wat jammer dat het eten al koud geworden is”. Neen, niks van dat alles. Ze hadden alle aandacht bij ons. Ze vroegen aan Rian bijvoorbeeld wat ze wilde worden. Ze vertelden over het vele werk dat padre Jan wel niet voor Comas deed en hoe blij ze met hem waren. En de kalenderfoto werd nog weer eens besproken. Dat die zo mooi was en dat er zoveel gras was voor de koeien. En dat de koeien er zo gezond uit zagen. De dochter ging wat rommelen in de andere ruimte. Ze kwam met een ansichtkaart uit 1988 aanzetten, die een zus van padre Jan haar een keer geschreven had. De grote kerk van Deventer stond er op. Ze waren trots zo'n kaart uit zo'n ver land ooit gekregen te hebben.

In het vervolg gesprek vertelde Lugana tegen de anderen dat ze van padre Jan wist dat ik pastor in een vrouwengevangenis was. Ik zag beide iets schrikken: 250 vrouwen in de gevangenis vanwege drugs, prostitutie, illegaliteit of vanwege andersoortige criminaliteit. “Dat vrouwen zoiets doe. Dat kan toch niet ? Wat erg!”

Zelf heb ik wat vragen gesteld over de arbeidsuren die ze maken. Over de werkdruk die er is, omdat er anderen klaar staan om hun werk over te nemen. En dikwijls heb ik gezegd dat het eten lekker was, wat ook waar was. Tegen 20.00 uur zijn we weer weggegaan. Lugana ging een stuk met ons mee. Het bleek dat ze ons wilde helpen bij het oversteken van de drukke doorgaande weg. Deze is ’s avonds slecht verlicht en sommige auto’s rijden zonder licht. Toen ze ons had overgezet, heb ik haar vervolgens weer over gezet, want ze ziet slecht. Ze zou feitelijk al lang een bril moeten hebben gehad. Toen ik haar weer over zette bedacht ik: “We houden elkaar bij de hand om ongelukken en gevaren te voorkomen. En wat zou ik het erg vinden als deze lieve vrouw iets zou overkomen in mijn bijzijn”.

Herman Evers.




Dit is mijn eerste brief uit Lima (stadswijk Comas), Peru.

Tegen 19.00 uur lokale tijd kwamen we aan. Jan Brinkhof en Yori haalden ons van het vliegveld. Het was een hartelijke ontmoeting met Jan. We hebben een 20 minuten met hem in de auto gezeten en toen waren we bij hem thuis.
Het huis van Jan ziet er aan de buitenkant pover uit, maar het is een goed en ruim huis. Hij woont er samen met een gezin met twee kinderen en hun oma. Verder zijn er nog een paar theologiestudenten. Er is altijd volk over de vloer. Het past echt bij Jan.
Hij moet van zich af kunnen praten. De wijk waarin hij woont heeft 1000000 inwoners. Het ligt behoorlijk ver van het centum. De wijk waar Jan werkt ligt veelal op de heuvels. Heel troosteloos om te zien. Diverse keren hebben we die wijken en huizen bezocht. De eerste huizen zien er redelijk uit voor de begrippen van hier, maar het wordt steeds minder wanneer je naar boven gaat. Dan worden de huizen meer en meer van hout en karton. Gelukkig voor hen regent het hier zelden tot nooit, zodat ze geen lekkage hebben. Maar wel vies stoffig van zand. Ook zijn er geen wegen, water en electra. Jan heeft daar kookkeukens met heel veel vrijwilligers. De vrouwen die koken hebben als beloning het eten voor niets. Deze vrouwen brengt hij samen met de organisatie die hij heeft opgezet. Op 27 febr. 05 is deze organisatei 25 jaar oud. Zo lang is hij nu ook hier in Lima. Deze vrouwen krijgen scholing. Ook worden er de mensenrechten besproken. De kinderen kunnen naar de kinderopvang in de buurt.
Deze mensen zijn vaak ook weer het hart van de wijkraad. M.a.w. middels het eten ontstaat er een hele olievlek op diverse terreinen.
Zaterdagavond 22 jan. hebben we een wijkfeest bezocht op een van de heuvels. Heel moeilijk konden we er komen. Er zijn geen wegen en de heuvel was heel stijl. Het lokaal in aanbouw - hetgeen Jan daar kan bouwen met geld uit Sittard - was de feestlocatie. De mensen draaiden er CD's. De muziek werd versterkt via een paar grote luidsprekers, zodat de muziek kilometers door de lucht ging. Heel hard. Dat ging door tot 's morgens 5 uur. Rian en ik, die hier wel 3 kilometer vandaan sliepen in het dal, hebben weinig geslapen. Het was de hele nacht woelen en draaien. We waren er tegen 20.00 uur. De wijkraad had om een mis gevraagd. Dat deed Jan niet, maar wel een mooie viering, zoals wij in de gevangenis. Er waren denk ik zo'n 60 mensen. Jan wordt er op handen gedragen. Hij weet met zijn spreken het gevoel en het verstand van de mensen te raken. Zelf vond ik het ontroerend en mooi. Toen we tegen 22.30 weggingen, ben ik tot patroon (een soort peetvader) uitgeroepen van dit lokaal in aanbouw. Dat betekent dat ik van tijd tot tijd een brief moet schrijven, dat ik altijd welkom ben en ik - aldus Jan - soms ook een cadeautje moet geven. Daarover zal ik wel vertellen.
Nogmaals, het is erg armoedig, kaal en smerig, maar we hebben nog geen mensen ontmoet die bedelen, die stervende zijn of letterlijk in de goot liggen. De armoe is zogezegd voor ons beter te verdragen dan in India en Bombay.
De viering zondagmorgen was goed. Het had wel iets van de Jongerenkerk. In de viering wordt veel gezongen. Liederen die heel makkelijk meezingen met een koor dat een en al enthousiasme uitstraalt. Ik heb even gesproken met een van de jonge vrouwen. Die is later naar Rian gegaan en nu kan/wordt Rian lid van dit koor. Een paar gitaristen begeleiden de zang. Na de viering was er voor de harde kern koffie in de keuken van het parochiecentrum. Een levende gemeenschap. Iets dat bij ons weg is, d.w.z. de kerk is onderdeel van een heel centrum. Boven op de kerk (het is een platte kerk) heeft Jan een theaterzaal gebouwd, waar verenigingen samenkomen en waar ook toneelles wordt gegeven. En dan is er een zaal voor boeken, voor groepen, voor cursussen. Jan zegt steeds: we zijn bezig met heel de mens. Rian zal er haar weg wel vinden.
Zondagmiddag zijn we naar een park geweest hier in de wijk. Heel mooi. Met besproeiing worden de bomen, bloemen en gras in leven gehouden. Al het water wordt opgepompt. Het zit 8 meter diep. Het is dus een kunstmatig park, maar absoluut niet kitserig. Veel gezinnen waren er. Het had iets van Klein Zwitserland. Een zweefmolen, een treintje, schommels en glijbanen. Maar ook veel gras waar gepicknickt werd. Ook stukken om te voetballen en standjes met koffie en fris. Erg mooi. Het zwembad zat om een of andere reden dicht. De entre was per persoon een halve euro.

Morgen 25 jan. gaan Rian en ik werken in zo'n gaarkeuken. Rian een heel eind de berg op, ik aan een van de hoofdstraten. Zo'n hele lelijke straat die kaars recht is en alleen maar lawaai en verkeer kent. We moeten om 8.30 beginnen met groeten snijden en aardappels schillen. Ik zal ook wel kippen moeten schoonmaken. En dan wordt er gekookt en een tijd later komen de mensen het eten afhalen. Wie voor 9 uur niet besteld heeft, valt buiten de boot.

Het is fijn hier te zijn. Ik voel me helemaal thuis bij Jan. Hij is dezelfde dan vroeger. Vrijheid is zijn lijfspreuk. Hij kan geen strakke banden verdragen. Niet thuis, niet in de kerk, niet in de politiek. Pas op, het is absloluut geen vrijbuiter. Maar hij wil ruimte. En.... en dat is zijn belangrijkste uitgangspunt: ook de armen willen vrij zijn. En daar gaat hij voor. Hier al 25 jaar aan een stuk. Hij kiest steeds weer voor de mensen die achter blijven. 'Soms', zegt hij, 'ben ik het verschrikkelijk zat. Dan ben ik zo moe van die armoe en dat steeds maar weer van vorenafaan beginnen, maar de mensen trekken me er door'. En het is waar. Als de ene heuvel(berghelling) is volgebouwd, dan wordt de volgende weer bezet en begint feitelijk alles weer van voren af aan. Ik zit nu in een internetcafe en zie zo 6 van die heuvels met huizen liggen. Op de voorgrond zo'n verschikkelijk lelijke weg waar ik morgen kom te werken en boven wonen de mensen.
Deze week ga ik ook nog naar andere paters omi. Die hebben een hele grote ambachtschool een een soort mavo, waar veel jongeren komen, ook uit Comas.

Tot slot, het eten is hier goed. Ik heb een goed bed en de hitte kan ik best verdragen. Hoewel het hier 38 groden is, kan ik er goed tegen. Het is een droge hitte en als ik ergens heen moet, zoek ik steeds de schaduw.

Ik groet jullie allemaal.

Herman Evers.



Tweede brief

Met ons gaat het goed. We hebben nergens last van. De hitte valt mee, omdat de lucht zo droog is. Lima ligt feitelijk in de woestijn. Droog droog droog en altijd zand en stof.
De afgelopen twee dagen heeft Rian in een keuken gewerkt op een van de vele hellingen en ik in een keuken aan de drukste straat van Comas (wijk van Lima). Het is ons beide goed bevallen. Er wordt gezond gekookt. Maar oooh wat primitief en onhandig. Grote vlammen, zonder afvoer van de rook, oude lage tafels waar maar kleine plekjes zijn om de groenten op schoon te maken.
Als er geen plek is, doen ze het op de schoot. Waarom er geen tafel bij komt die bovendien iets hoger is, zodat men niet steeds heel gebukt hoeft te staan, is mij een raadsel. Ook zijn er zeer grote pannen en dan een pannetje zus en een pan zo. En veel emmers en halve bekers. Maar nogmaals, het eten smaakt me goed en er komen veel mensen. In mijn keuken maken ze 60 porties.
Bij Rian 100. Maandag a.s. ga ik in die van Rian werken, want daar brengen ze het eten rond. Op die manier kom ik bij meer mensen over de vloer.
Heel vaak denk ik aan jullie. Jullie zouden dit ook eens mee moeten maken.
Het is zo herkenbaar, en toch zo totaal anders. In India heb ik mensen zien sterven op straat en 100000 bedelaars. Hier niet. Er is grote armoe, maar dat hebben ze allemaal. Maar iedereen heeft kleren aan en ziet er gezond uit. Er is echt armoe en alles is primitief eenvoudig, maar het is te harden. Rian en ik hebben de shock gehad in India. Als jullie hier zouden zijn, zouden jullie verbaasd zijn over de leefwereld, maar je zou er - denk ik - wel van kunnen slapen.
Wat ik ook een voordeel vind is, dat we hetzelfde geloof hebben, hoewel we het anders beleven. Iedereen is hier Christen. Nu worden bv. de voorbereidingen voor carnaval getroffen. In de kerk zingen ze mooie vlotte liederen. Zelfs een van Bob Dylan (how many roads..). In India heb ik toen de nachtmis bijgewoond. Ik heb werkelijk niet 1 woord verstaan. Zelfs het woord Jezus of Christus niet. En geen enkele melodie is mij bijgebleven.
Hier kan ik al 4 liederen meezingen. En dan de taal. Het is niet erg veel dat ik kan praten, maar ik kan me verduidelijken. En ik kan veel lezen.
Van de bevrijdingstheologie is niet veel meer over. Volgens Jan is de zaak behoorlijk teruggedraaid. Vele bisschoppen zijn van Opus Dei of het Maria Legioen. Hij zelf gaat door, maar nu op eigen schaal. D.w.z. hij heeft gemerkt met pijn in het hart dat hij de kerk NIET kan veranderen en ook de samenleving niet. Nu heeft hij de instelling van: wie mij ontmoet, heeft een vrij iemand voor zich die uit is op verandering en op het evangelie a la de bevrijdingstheologie. Zonder hem heilig te verklaren doet hij me vaak aan Jezus denken, die ging ook door, ook al kon en mocht het niet. Mensen die hem ontmoetten ervoeren dat Hij authentiek was. Zo is het ook met Jan. Hij laat zich individueel niet klem zetten, ook niet door zijn congregatie de OMI.
Ook daar heeft hij de ruimte genomen en opgerekt. Jullie zouden de indruk kunnen krijgen dat het een eenpitter is. In genen delen. Hij heeft een groot netwerk en is coöperatief, wanneer het de bevrijdende kant op gaat. Zo niet, dan knikt hij wat. Gaat er niet openlijk tegen in, maar legt er geen prioriteit op. Afgelopen zondag bv. was er iemand van het Maria Legioen in de kerk. Ook daar hebben ze het blokje mededelingen. En er kwam een jonge meid naar voren van zo'n 19 of 20 jaar. Ze had een prachtige kalender met Maria van Fatima. Na afloop verkocht ze kalenders en een hele dikke bijbel (OT en NT) met veel platen en schriftuitleg. Duidelijk gekleurd.
Die vrouw wilde hebben dat Jan ook even het woord zou nemen om deze kalender en bijbel aan te prijzen. Maar hij zei dat hij dat niet deed. Er waren ook kalenders van de parochie en hij las zelf liever in een bijbel die alleen 'Het woord van de Heer' afgedrukt heeft. Later vertelde hij me dat de wind zo waait, dat hij deze mensen niet het woord kan ontnemen, omdat dat tegen hem zou werken. Maar hij neemt het veel luchtiger op. In de trant van: de mensen lezen die commentaren niet, ze kijken alleen naar de plaatje en het boek is mooi om te zien.
Soms doe ik hier ook nieuwe ideeën op voor mijn werk in Ter Peel. Veel vrouwen in het gevang komen uit L-Amerika en ik neem aan dat ze ook in dit soort huizen wonen met deze religiositeit. Ik vind zelf dat ik al aardig op weg ben in mijn vieringen daar, maar het kan nog anders en derhalve beter.
Hoe is het met de carnaval in Venlo ? Ziet Truus tegen de viering op van 6 febr. ? Hoe was Louis Mulder ? Vond jammer dat hij alleen kon in de periode dat ik hier ben.

Ik groet jullie allemaal hartelijk,

Herman Evers.



Derde brief

Met ons tweeen gaat het goed. Vandaag, vrijdag, hebben we wat moois meegemaakt. We zijn naar een ander deel van Lima geweest. Daar, in een mooi centrum werd de nationale conventie opgericht van samenwerkende vrouwen organisatie ter bevordiring van mensenrechten en educatie. De organisatie van kookkeukens zijn daarvan een onderdeel geworden.
Heel veel vrouwen = ik denk wel 300 = waren bijeen in dat centrum met een grote zaal. Er waren vrouwen uit heel Peru. En heel veel vrouwen waren in hun eigen klederdracht. Prachtig. Die hoedjes, de rokken over elkaar of die mutsjes. Ik heb diverse foto's gemaakt. Op een gegeven moment kwam er een duidelijk zichtbare indianenvrouw binnen. Groot en is volle klederdracht. Iedereen ging naar haar toe. Ik dacht dat het een soort koningin was. Maar wat bleek, het was het enige vrouwelijke congreslid van het land. Haar toespraak was geweldig, hoewel ik het niet verstond. Ze was ernstig en dan weer had ze alle lachers op de hand. Ze had hele konkrete voorbeelden. Ik heb haar ook gefotografeerd, want iedere keer gingen vrouwen met haar op de foto, zodat ik ook makkelijk kon knippen. Jan, mijn vriend, werd ook speciaal welkom geheten en kreeg veel applaus. Hij is werkelijk een bekend figuur op zon congres.
Vervolgens ben ik met hem naar een dode geweest. dat was minder prettig, temeer dat het lijk erg stonk. Ik moest direkt denken aan de berging van de lijken in Azik. De begrafenissen zijn vanuit het huis. Daar komt de pater het lijk zegenen, er wordt gezongen, gebeden en een toespraak gehouden, en dan .... dan komt de muziek (in dit geval) en de stoet trekt naar de begraafplaats, met op een auto alle bloemstukken. Jan gaat zelden tot nooit mee. Daar heeft hij geen tijd voor en dat is ook niet gebruikelijk. Wat een verschil met NL, waar de pastores uren steken in begrafenissen. Voor Jan was het zo'n 3 kwartier. Geen echte persoonlijke preek. Geen bidprentjes, geen liturgie teksten, geen inrichting van het kerkgebouw.
Neen, een uitgebreide zeging aan huis of een wijklokaaltje en dat is het.
Nog steeds denk ik, die en die van de Jongerenkerk of van mijn kinderen, zouden dit ook eens mee moeten maken. Het is zo verrijkend en relativerend t.o. van ons.
Zondag a.s. barst hier de carnaval open. Het schijnt dat iedereen elkaar met water nat gooit. Jan heeft me al gewaarschuwd. Dat gaat dagen door.
Maandag ga ik een bezoek brengen aan de armsten in de wijk. Die wonen in de laatste woningen (hokken) op de heuvelrand. Het moet erg zijn. Op 2 febr. (mijn verjaardag) Maria Lichtmis ga ik naar het hoofdklooster van de Oblaten. Dat is een Maria congregatie. Ze heten OMI. Die hebben naast het klooster een hele grote ambachtschool. Ben benieuwd.
Rian is een heel netwerk aan het opbouwen. Ze werkt een paar dagen in een van de kookkeukens. In het parochiecentrum is ze aan het aftasten om mee te zingen met een zanggroepje, of dansgroepje, en een gitaar groepje. Ook heeft ze contact met een aantal mensen om mee te praten en op bezoek te gaan. Ze spreekt - vind ik - al behoorlijk Spaans. D.w.z. ze begrijpt zaken stukken beter dan ik. Echt werk heeft ze nog niet gevonden. Ze had gehoopt te kunnen werken zoals in India in een Moeder Theresia-huis, of een weeshuis. Maar dat zo instellingen zijn hier van de staat, en daar kom je niet zo maar in. Soms maakt ze zich daar een beetje zorgen over. Ik ben wel blij dat ik meegekomen ben, zodat ze ook wat dat betreft goed van zich kan afpraten en ik met haar mee opdenk.
Er zijn al vele mensen die ik ken. en zij mij. Zo staat ik geregeld te praten met een lasser die mooie hekken en poorten maakt op straat. Ook loop ik binnen bij een garage en een zaak die bakken van bussen opnieuw bekleed. Prachtig om te zien hoe die werken met oude spullen en hoe ze van een stuk oude bekleding er een ander oud stuk aan vast naaien en daar dan een patroon van maken. Ook de schoenmaker is leuk om te zien. Het gebeurd allemaal op straat. Soms zijn ze smerig.
Verschrikkelijk. Hoe ze die motoroliebakken schoonmaken.
Deze middag werd ik uitgenodigd in een kookkeuken, omdat die vandaag 20 jaar bestond. Een eenvoudige doch gezonde maaltijd gehad. En zij vonden het fijn dat Rian en ik kwamen. Iets feestelijk om ons erbij te hebben.
Gisteren heeft mij voor het eerst iemand om geld gevraagd. Dat is stukken minder dan op zondagmorgen in de JK. Ik vind het fijn. Toen ik in 1971 door Marokko trok, of later in Sri Lanka en weer later in India werd ik daar doodmoe van. Jan deelt nooi uit. Hij werkt met projecten die de armen helpen. Daar is ook het geld naar toe dat ik vanuit de JK meekreeg. Heel soms helpt hij mensen die echt medicatie nodig hebben. Maar dat trekt hij vooraf goed na. Hij doet dat op het parochiecentrum. Enkele medewerkers weten dat en die registreren dat ook. Hij wil en zal al zijn geld verantwoorden.

Ik ga eindigen en doe iedereen die dit leest de groeten. Het is een hele belevenis hier te zijn met mijn dochter en op te trekken met mijn oude studievriend Jan Brinkhof. Jan en Siem Bonen kennen elkaar goed. Jan heeft ook wel eens in de JK gepreekt. Hij wist me precies te vertellen hoe een en ander in de kerk was opgesteld.

Herman Evers.



Vierde brief


Beste allemaal,

Met ons gaat het goed. we hebben beide goed geslapen. Gisteren, zaterdag, zijn we naar Lima geweest. We hebben er o.a. een kaartje gekocht voor de busreis naar Mendoza in Argentinië. Daar woont een kamervriendin van Rian van de school in India. Ze verlangt ernaar haar weer te ontmoeten. Op de kaart is het dichtbij, maar ik denk dat het van Stockholm naar Lissabon is. De bussen zijn groot en modern. Wc en airconditioning. Het kost zo'n 160 euro.

Ik heb het bij velen nagevraagd en zij zeggen dat het veilig is. Rian heeft een plek naast een mevrouw. Het is 3 dagen en 6 uur reizen. Ze gaat over Chili (Santiago) naar Mendoza. Als het niet te vermoeiend is, gaat ze ook per bus terug. Per vliegtuig is het meer dan 300 euro enkel.

In Lima zijn we gisteren ook naar een museum geweest over de inquisitie in Peru. We hebben de martelkamers gezien, de rechtbank en diverse martelwerktuigen. Niet om vrolijk van te worden. Het vreemde is dat je dan hier opeens Jan Hus uit Praag en diens levensverhaal kunt lezen als iemand die zo'n beetje als eerste van leer trok tegen de macht van de kerk. De inquisiteurs zijn grote mensenpoppen. In het begin dacht ik dat ze leefden, zo echt. Het waren stuk voor stuk Dominicanen. En het ging over de onderwerping aan het leergezag van de kerk. Er was ook een grote tekenplaat, die zich afspeelde op de grote markt van Lima. Je ziet hoe sommigen, in processie, naar het schavot worden geleid en hoe de clerus gekleed in lange gewaden rechtspreekt en bidt.

Nadien zijn we naar de Chinese wijk van Lima geweest. Daar is ook weer een grote overdekte markt. Onvoorstelbaar wat daar te koop is en hoeveel mensen er zijn. Met name de CD-standjes en CD-films zijn in trek. En dan de gsm's en nog meer van dat spul. Je ziet de macht van dit medium. Ook was er veel uit China en India te koop. Ik heb nog gezocht naar een grote gong voor de JK, maar die was er niet. Na afloop waren we moe van het lopen en slenteren én het vele lawaai en de drukte. Na even rusten, zijn we toen gaan eten bij mensen uit de kookkeuken.

Het is nu zondagmorgen. We zijn naar de kerk geweest. En nadien een kop koffie gedronken in het parochiecentrum. De Kerk zit helemaal vol. Het is er wel erg rumoerig, daar alle grote deuren open zijn en er dan veel lawaai van het verkeer te horen is. Jan preekt voor de vuist weg. Hij zegt dat hij het ook niet voorbereidt. Hij heeft de evangelielezing in de handen en daar gaat hij op in.

Deze middag gaan we met een aantal mensen van de kerk naar een of ander muziekfestival in een park ergens. Daar schijnt ook een historisch kasteel/gebouw te zijn. We vertrekken om 14.00 uur.

Gisteravond zijn we op bezoek geweest bij een oudere mevrouw uit de kookkeuken. Die mevrouw is min of meer de leidster van die keuken. Ze ziet er intelligent en wijs uit. In haar huis viel het me erg tegen. Ze had werkelijk bijna niets. Het is van steen, maar voor een groot gedeelte niet gemetseld, maar gewoon de stenen opgestapeld. Het dak mag geen dak heten. Haar man en dochter (27) maken schoenen. Dat wil zeggen halffabrikaten. Het zijn vooral kinderschoentjes voor de internationale markt merk: Bata. Ze verdienen het zout in de pap er niet mee. Je mag raden hoe duur deze schoentjes in Europa zijn. Op de klep van de naaimachine hebben we gegeten. Die dochter en man werken bijna iedere dag meer dan 12 uur in gebogen houding. Het is allemaal heel primitief. Bv. op een omgedraaide emmer waarin latex heeft gezeten, staat de lijmpot en ligt de schaar. En die emmer met pot en schaar werden bij wijze van spreken 10 jaar geleden ook al gebruikt. Er is niets van efficiëntie. In diezelfde kleine ruimte staat ook een tafel, waarop het eten gemaakt wordt. Die tafel is feitelijk het hele aanrecht van ons. Alles staat daar op. En omdat er nog een stukje vrij is, staat daar de doos met halffabrikaten van de schoenen.

We zijn ook nog met deze mevrouw naar een zieke/... stervende vrouw geweest. Die woonde nog slechter. En dat in een straat die er voor Lima begrippen redelijk uit ziet. Jan zegt dat je m.n. thuis kunt zien hoe arm ze zijn. In het openbaar zien ze er wel goed uit, d.w.z. kleding en gezondheid.

Morgen ga ik in een kookkeuken op een van de heuvels werken. Jan heeft me gewaarschuwd voor de armoe die daar bovenop de heuvels is.
De foto's die we hier gemaakt hebben zijn allemaal goed gelukt. Ze laten de troosteloosheid van deze wijk goed zien. Morgen zal ik foto's maken van dichtbij.


Ik groet jullie allemaal en tot spoedig.

Herman Evers.



Vijfde brief

Beste mensen,

Dit is mijn laatste brief uit Lima. Deze avond vertrek ik weer, om nog een stukje carnaval mee te kunnen maken en wat uit te rusten en afstand te nemen van Peru. Weet je hoe ze hier, in deze stad die feitelijk in een woestijnstrook van Peru ligt, carnaval vieren ? Ze gooien elkaar met water. Hoe meer water hoe meer plezier. Dat begint volgens Jan zondag. Maar kinderen zijn er in de straten al mee bezig, zoals bij ons thuis vroeger met oud en nieuw met schietgeweertjes en knappertjes. Het schijnt op een gegeven moment ook vies te worden, omdat mensen dan het water pakken dat op de vuile straten staat.
Met het eten en drinken is alles goed verlopen. Net als in India heb ik nergens last van gehad. Het is een indrukwekkende reis geworden. Het heeft meer indruk op me gemaakt dan India. Misschien omdat ik iets van de taal versta, de mensen ogenschijnlijk allemaal Room Katholiek zijn en de armoe niet zo is dat je er niet naar durft te kijken. In India heb je dat kastensysteem. Dat maakt dat mensen totaal aan hun lot worden overgelaten. Hier is grote armoe, maar ze hebben een dak en Jan heeft eetkeukens. Gisteren zijn we in zijn meest verlaten en armste gebied geweest. Zo troosteloos. En wat moeten die mensen ploeteren. Heel wat waren er stenen (kleinere stukken rots) aan het zoeken om aldus terrassen te maken op de heuvelhelling, om aldus een aantal vierkante meters te hebben om een hutje op te bouwen. Die hutjes en keten bevatten werkelijk niks. Er is geen meubilair of een bed of kast. Het is ontiegelijk arm, maar niet vies. Men slaapt op karton. En soms zag ik een stapeltje kleren liggen. Wel veel plastic emmers (verf emmers), om uit te drinken en te wassen. Ook voor de kleren. Binnen dat gebied is er een kookkeuken, door Jan opgezet en mede verzorgd door vrijwilligers uit andere lager gelegen huizen. Water krijgen ze in tonnen of blikken. De overheid vult die tonnen met water.
Ook staan er her en der hutjes, waar de wc is. Die hebben ze dus niet bij hun hutje/huisje, omdat er nog geen afvoer is. En tussen die nieuwe hutjes en keetjes staat ook al een kerkje van een of andere christelijke sekte. Jan: "De paus denkt dat heel Latijns-Amerka RK is, maar daar vergist hij zich behoorlijk in. De sekten spelen veel meer op de armoe en de troosteloosheid van de mensen in dan de planmatig werkende RK kerk, met haar leer en dogma's. Ze is lang niet flexibel genoeg. De sekten gaan gewoon aan de slag. Hun nadeel is, dat ze geen erkende instantie is bij de overheid en internationaal. Daarom (aldus Jan) vind ik mijn kookkeukens zo van belang, omdat ik daardoor her en der steunpunten heb en kleine lokaaltjes voor vorming en scholing.
We zijn beide heel blij hier geweest te zijn. Het is een enorme rijke ervaring. Er is zoveel leven hier te zien. Het huis van Jan ligt bij een trapveld. Tot heel laat 's avonds wordt er gesport of gedanst. Overal op straat spelen kinderen en wordt er tegen 18 uur volleybal gespeelt. Ook struikel je over de honden, waar we steeds met een grote boog omheen lopen. Wat ik ook leuk vind is al dat werk dat je ziet. De garages zijn buiten.
Meubels worden buiten gemaakt. En iedereen tracht een paar cent te verdienen. Met van alles en nog wat wordt gevent. Hele oude mensen die slechts een paar wartels in de verkoop hebben, tot standjes met fruitsapjes en eigen gebakken koekjes. Je moet het gewoon zien, wil je het snappen en proeven.

Ik groet jullie allemaal hartelijk en tot binnenkort in Venlo of Ter Peel

Herman Evers.
Mondiaal Platform Venlo: Geeft de wereld een gezicht!