Rubrieken
Venlonaere in den vreemde  



Kees Custers in Nepal en India

Kees Custers, Venlonaar van geboorte, 22 jaar oud, student in Delft, maakt momenteel een reis door India en Nepal. Hij is sinds september 2008 op pad en heeft een aantal maanden in India vrijwilligerswerk gedaan in een gezondheidsproject in Varanasi. Daarna heeft hij in Nepal een trektocht gemaakt door de Himalaya, samen met zijn zus Anna die ook een jaar in India verblijft.

Momenteel reist hij door Thailand. Zijn plan is om via Laos, China, Oezbekistan, Iran en Turkije naar Venlo terug te komen.

Hier een verslag van zijn reiservaringen vanaf de tijd dat hij vanuit Calcutta (India) naar Nepal trok en daarna richting Thailand ging.

De foto’s geven een beeld van de tijd in Nepal.


“Het lijkt al weer eeuwen geleden dat ik in Calcutta zat, maar 2,5 maand zijn ook weer in een flits voorbijgaan. Dat is een van de mindere kanten van het reizen, de tijd vliegt voorbij en er is te weinig tijd om alles eens even te kunnen verwerken.

Calcutta was zoals nu blijkt de laatste grote Indiase stad die ik dit jaar zal zien. Zoals in de andere Indiase steden zijn de straten volgepakt met mensen, dieren, auto's, bloemen, kleuren en (minder fijn) stof, roet, smog en viezigheid. Na 5 maanden ben je echter gewend aan die mindere kanten en probeer je vooral oog te hebben voor de alom aanwezige pracht. Calcutta heeft als voormalige hoofdstad van Brits India een overvloed aan koloniale architectuur: statige on-Indiase gebouwen omgeven door zoveel volk en kitsch en daardoor toch weer volledig Indiaas geworden. Nou zijn Indiërs erg vriendelijke en sociale mensen, maar in Calcutta doen ze er nog een schepje boven op. Overal werd je met een brede glimlach geholpen. Het aantal mensen, dat soms een beetje van het rechte pad is afgewaald, en slechts op je centen uit is, daalde hier dan ook naar een historisch laag niveau van een enkeling per dag. Zelfs de altijd aanwezige kansloze armoede werd hier op een aangename manier in het straatbeeld vermengd. Daklozen werd toegestaan kampementen op het trottoir op te zetten en kleine zaakjes te runnen. Aangezien 99% van hen ervoor koos om een eettentje op te zetten veranderde de stoep in een kleurrijke verzameling van parasolletjes en werd de geur van viezigheid (vul zelf maar in) verdreven door de geur van lekker eten. Na een weekje vertoefd te hebben in deze heerlijke stad met bijbehorende bezoekjes aan tempels, musea, concert, cricket wedstrijd en bios, was het tijd om de Indiase vlakten achter ons te laten.

Hill stations
De volgende stop die op het schema (voor zover dat er was) stond, was Darjeeling. Ja, van die thee ja. Darjeeling is een van Indiaas meest bekende hill stations. Aangezien de temperaturen op de vlaktes tijdens de zomer (april/mei) oplopen tot boven de 40 graden vluchten de (rijke) Indiërs de heuvels in. In de standaardatmosfeer daalt de temperatuur namelijk 6,5 graad met iedere 1.000 meter die je omhoog gaat (is die studie van mij toch nog ergens goed voor..). Darjeeling ligt op 2.200 meter wat hoog genoeg is om de temperatuur tot het aangename te laten dalen. Echter, als je zoals Anna en ik een beetje (te) vroeg in het seizoen bent, kan het kwik ook dalen tot onaangename temperaturen. Nou had ik een Varanasi al eens geklaagd dat ik het toch wel een beetje koud vond (15 graden), hier was het net een beetje erger. Het was zelfs zo erg dat ik op een gegeven moment zo ongeveer alle kleren die zich in mijn backpack bevonden aantrok, en het nog koud had. Maar goed, genoeg over het weer, het was ook een kwestie van gewenning, want ook al voelde het aan als min 10, het bleek niet veel kouder dan 5 graden te zijn, wat in Nederland als slap winterweer bestempeld wordt. Darjeeling zelf, ooit als geschenk aan de Engelsen gegeven door de koning van Sikkim, nadat de Engelsen de Nepalezen uit zijn land verjaagd hadden, had buiten verkoeling en skidorp-aandoende-gezelligheid, niet veel te bieden. Na twee dagen trokken we de omgeving in.

Omdat er een grote trektocht in Nepal gepland stond, leek het ons niet onverstandig om een proefwandeling in iets minder ruig gebied te maken. Samen met gids (verplicht!) Rumba trokken we er daarom op uit om 3 dagen over de grens met Nepal te lopen. Om ons te wapenen tegen de kou hadden we ondertussen een paar fleece truien en winddichte jacks voor een zacht prijsje (nepspul) gekocht. Onze gids was behalve natuurkenner, politiek activist en sportman ook beroeps alcoholist. De eerste dag zaten we tijdens het ontbijt aan het rijstebier, gevolgd door rijstewijn gedurende lunch. Anna matigde zich verstandigerwijs, ik dronk vrolijk met hem mee. Helaas moest er die eerste dag ook flink gewandeld worden en omdat we te laat vertrokken waren, moest het laatste stuk in het donker worden afgelegd, boven op een hele hoge berg. Ondertussen hadden er nog twee stops bij vrienden van onze gids plaatsgevonden met bijbehorende overblijfselen (bier, bier, bier en snacks) van het Tibetaans nieuwjaar twee dagen eerder. Het gevolg van al dit gedrink was dat ik het laatste uur meer waggelde dan liep, maar ik heb de overnachtingsplek zonder kleerscheuren gehaald. De tweede dag, weer onder invloed van de nodige lokale wijnen, zijn we verder gelopen naar Sondakpur. Dit is een dorpje op 3.300 meter, waarbij je 's ochtends een fabelachtige zonsopgang met zicht op de Mount Everest en Kachenjonga (3de hoogste berg ter wereld) hebt. Nou bivakkeerden we ondertussen al 3 weken in de Himalaya’s, maar we hadden nog geen glimp van die mooie toppen opgevangen aangezien het zicht belemmerd werd door een mix van mist, stof en vervuiling. Al die vervuiling (zonder een sigaret aan te raken, rook je in India toch gemiddeld zo'n 2 pakjes per dag...) vanuit India wordt naar de Himalaya’s geblazen en blijft daar hangen. Resultaat: het zicht is nul. Zonder al te veel goede hoop kwamen we de volgende ochtend vroeg het bed uit, maar we werden aangenaam verrast. Het had de hele nacht stormachtig gewaaid en de lucht was volledig opgeklaard. Het was echt een aaaamaaazing zonsopgang. Al met al was het dus een supergave trip, het enige minpuntje is dat we de laatste dag zo hard de berg moesten afrennen om de laatste jeep naar Darjeeling te halen dat we nog een week krom hebben gelopen van de spierpijn.

Het vervoer in de bergen gaat dus in die zogenaamde shared jeeps. De wegen zijn dusdanig steil en bochtig dat ze niet geschikt zijn voor bussen. Een ritje in zo'n jeep is een ervaring op zich. Je kunt ervoor voor kiezen om 30 euro neer te leggen voor een kaartje voor de Efteling of 50 cent betalen voor een rit des hels waar je adrenaline nog 10 keer zoveel van omhoog schiet. In een jeep ter grootte van een renault espace wordt een mannetje of 18 gepropt (die 5 man op het dak niet meegeteld). Zelfs voorin zitten vier mensen zodat de bestuurder helemaal rechts in een hoekje zit weggedrukt en volgens mij de persoon naast hem de koppeling bedient. Gordels zijn natuurlijk niet nodig want je kan geen kant op. Zo gaat die jeep met duizelingwekkende snelheden op pad en denk je bij iedere bocht dat het je laatste is. Iedere keer weer een hele opluchting wanneer de bestemming is bereikt...

Vanuit Darjeeling trokken we verder naar het noorden, naar Sikkim. We zijn hier een dag of 5 gebleven maar ons verblijf werd onderbroken omdat we snel naar Nepal moesten. Ons Indiase visum was bijna verlopen en in Nepal was een massale staking uitgebroken. Het resultaat van deze staking was dat de grenspost die eigenlijk wilde oversteken dicht was en we 1.000 km verderop de grens over moesten. We zijn zo snel mogelijk vertrokken en 2 dagen later waren we in Nepal.

Daar aangekomen bleek echter pas hoe erg de situatie eigenlijk was, er gingen geen bussen vanaf de grens. De enige optie was om naar Butwal te gaan dat 30 km verderop lag. En hoe? Met een fietsriksja. Anna en ik met alle bagage in zo'n riksja en om 7 uur 's ochtends vertrokken we. Het was net een oorlogsgebied, overal was alles dicht en aan beide kanten een stroom wandelaars (mensen die geen riksja konden betalen). De sfeer was zeer onprettig, maar niet gevaarlijk of gewelddadig. We zijn 1 roadblock gepasseerd waar jongens met stokken stonden, maar ze lieten je met rust. Na 2 uur moesten we wisselen van fietsriksja, aangezien de eerste niet meer verder kon. Hij zat zwaar aan de drank en met 150 kilo achterop houd je dat natuurlijk niet vol. In Butwal aangekomen gingen er gelukkig bussen en 's avonds zaten we in Pokhara, het vertrekpunt van onze wandeling.

De meeste mensen komen naar Nepal voor een trektocht. Anna en ik hadden hier niet zoveel ervaring mee, maar na bij verscheidene kenners te hebben geïnformeerd dachten we toch wel goed voorbereid te zijn. De paklijst voor drie weken wandelen zag er als volgt uit:

- 3 onderbroeken
- 3 paar sokken
- 3 t shirts
- 1 pyama broek
- 1 ritsbroek met zakken aan de zijkant
- lichtgewicht water- en wind dichte regenbroek van human nature (ANWB hehe)
- 1 thermohemd
- 1 fleecetrui
- 1 longsleeve
- 1 jas
- 1 tandenborstel en tandpasta
- 1 stukje zeep
- survival kitje met compas, fluitje, waslijn
- 1 paar schoenen
- cadeautje Anna (want die was jarig onderweg) goed verstopt natuurlijk zodat ze het niet zag
- 1 slaapzak

en dat alles x 2 aangezien Anna hetzelfde had. Dit alles zat in 1 backpack, een kilo of 12, die ik zou moeten dragen.

Geïnspireerd door Jonas die me een keer eruit liep tijdens de Leiden 10 km op zijn nikies en z'n colaconditie (respect!), had ik besloten om de tocht op mijn nikes te maken. Voor 4 euro had ik ze laten omtoveren (een dikke wandelzool) in de meest modeverantwoorde wandelschoenen ooit boven op de Annapurna gezien.

Zo gingen sherpa Kees en Anna op pad. De eerste dagen waren zwaar, maar gaandeweg begin je een beetje in vorm te geraken en gaat het wat gemakkelijker. Nou had het al zes maanden niet meer geregend of gesneeuwd was ons onder verteld, dus de kans was klein dat we natte voeten zouden krijgen. Nou niet dus. Na dag 6 (we zaten ondertussen op 3.500 meter hoogte) begon het te sneeuwen. Toen we uiteindelijk de pas overgingen op dag 11, lag er een pak sneeuw van een halve meter. Nou waren we van tevoren wel gewaarschuwd over de gevaren van die grote hoogte, het was toch wel heftig. Op 5.500 meter is nog maar de helft van de zuurstof op zeeniveau en je mag niet te snel stijgen. Verscheidene mensen moesten omkeren vanwege hoogteziekte. Nou kom je van wintersport altijd terug met een lekker kleurtje. Door al die sneeuw hier en een zon die nog feller scheen dan op de spaanse costa's word je boven op zo'n berg echt levend gebraden. De eerste dag dat we door de sneeuw liepen heb ik ondanks dat het bewolkt was en ik me ingesmeerd had, alsnog m'n oorlelletjes die onder m'n muts uitstaken zo verbrand dat de blaasjes erop stonden. Maar we waren er nog genadig vanaf gekomen, er liepen mensen rond die volledig sneeuwblind waren geworden, best freaky. Het was ondertussen een beetje een helletocht aan het worden, dus Anna en ik waren opgelucht toen we op dag 12 boven op de pas stonden. Ik in m'n schooi-outfit (alles had me bij elkaar nog geen 100 euro gekost) en op m'n nikes tussen de bergyuppen in outfits van duizenden euro's met hun dragers en gidsen. Ik had stiekem wel koude voeten (het was -10) maar dat heb ik ze natuurlijk niet laten blijken. Van de tocht naar beneden hebben Anna en ik vooral genoten. Het tweede dal was een stuk mooier dan het eerste en je loopt de warmte tegemoet. Na deze wandeltocht zijn we nog een weekje in Kathmandu geweest. We hebben een nieuw Indiaas visum geregeld, de omgeving verkend en ons foster parents kind opgezocht. Stuk voor stuk allemaal super leuke dingen en uiteindelijk waren onze 5 weken in Nepal alweer voorbij. En wat toen? Mijn homie Andries waar ik eventueel de maanden mei/juni mee zou gaan rond reizen in Thailand had zijn schema gewijzigd, dus dat plan zat er niet meer in. Ik kon terug naar India, en een super laatste twee maanden hebben... Maar er kwam een ander idee in me op. Je bent maar 1 keer 21 (bijna 22, damn wat gaat dat veel te snel zeg), 1 keer een jaar weg en die knete die ik nu nog heb waren anders aan onzinnige dingen opgegaan. Het idee houdt in dat ik mijn terugvlucht vanuit Bombay laat lopen en zoveel mogelijk over land terug naar huis reis. De afgelopen maand heeft reisbureau Kees op volle toeren gedraaid en is het plan lichtelijk bijgesteld. De oorspronkelijke route zou zijn (pak de atlas er maar bij) Thailand, Laos, China, Kyrgyzstan, Uzbekistan, Turkmenistan, Iran, Turkije en door Europa terug naar huis. Na veel research, gemail, gegoogle en gewacht blijken Kyrgyzstan en Turkmenistan niet haalbaar. Voor China en Uzbekistan staan de benodigde stempels echter al in mijn paspoort en van Iran hoop ik snel wat te horen. En waarom dan beginnen in Bangkok? Ondertussen was gebleken dat er een nieuwe verlosser in de vorm van Tom Welters met zijn handsome brother Leon Welters deze kant op zouden komen. En aangezien ik geen zin had om nog twee weken in Kathmandu door te brengen in afwachting van visa was een vlucht vanuit Calcutta naar Bangkok snel geboekt. Mijn nieuwe plan hield wel in dat ik nog maar 1 dag in India zou hebben. Via een moordend reisschema van achtereenvolgens 1 nacht in de bus, 1 nacht in de trein en 1 nacht in het vliegtuig ben ik van Nepal naar Bangkok gereisd. Hierin zaten 8 uur in Calcutta verwerkt. Alles wat ik me voorgenomen had om in mijn laatste week in India te gaan doen (als ik mijn vlucht terug naar huis had genomen) moest nu dus in 8 uur gebeuren. Als een Cartman in Casa Bonita heb ik het er 8 uur even goed van genomen. Wat me het meest bij zal blijven is de blik van de ober in het restaurant toen ik voor de derde keer bijbestelde hehe.. Nog een waanzinnig slechte Hindifilm later en ik zat alweer op het vliegveld. Goed, met pijn in mijn hart liet ik India achter me, niet voor de laatste keer hoop ik.

Thailand
Nou viel de cultuurshock mee toen ik van Nederland naar India ging, dat kwam waarschijnlijk omdat ik er al twee keer eerder was geweest. Thailand was toch wel even wennen. De bus van het vliegveld naar de stad werd door een !vrouw! bestuurd, overal wolkenkrabbers, geen stof, geen vrachtwagens waar enorme roetwolken uitkomen, wel minirokjes en een hele hoop andere dingen die ik al in geen zes maanden meer had gezien. Binnen een paar dagen went Thailand echter snel en heb ik het erg naar m'n zin. Na eerst in Bangkok de aanvragen voor de visa te hebben ingediend, heb ik samen met Welters en Welters 2 weken rondgetrokken. Jungle, tempels, alles even mooi. Ik ben waarschijnlijk de enige toerist die zo dom is om naar Thailand te komen en niet zijn fabelachtige stranden/eilanden te bezoeken, maar de tijd dringt en wil ik nog het maximale uit mijn reis naar huis halen, moet ik op pad. Een goed excuus om nog een keer terug te komen. Kijk voor uitgebreide reisverslagen maar op www.welters.waarbenjij.nu waar ook een link naar picasa staat voor een hele hoop foto's.

Fysieke ongemakken van een reiziger
Nou is over het algemeen mijn fysieke leed in Nederland normaal heel beperkt. Behalve een sporadisch verkoudheidje of knieën die wat opspelen bij het sporten, is er niet zoveel aan de hand. De afgelopen 7 maanden heb ik toch al het nodige over me heen gekregen. Ik som op: kattenkratsen in Goa, 2 serieuze darm infecties (waarvan 1 op 3.800 meter hoogte, gelukkig zat daar een dokter ), een blaasontsteking, een infectie op mijn wang (lees steenpuist) en knikkende knieën van het wandelen waardoor ik 's nachts alleen maar op mijn rug kon slapen. Mijn nieuwste aanwinst is een tweede graads brandwond op mijn linkerkuit met bijpassende geïnfecteerde elleboog. Had ik tot dit jaar nog nooit een antibiotica pil aangeraakt, dit jaar heb ik al 4 kuren achter de kiezen. Mijn kamer lijkt op dit moment meer op een eerste hulp post dan een hotelkamer; zoveel verband, pillen en zalfjes liggen er. Het hoort er allemaal bij, zullen we maar zeggen.

en ook nog
- Bear Grylls, je weet wel die slangenetende, hele stoere survivalman van de discovery heeft zijn eigen kledinglijn! Wil je beetje meetelllen op de Annapurna, zul je toch echt een ritsbroek van zijn merk moeten hebben.

- Je kent het wel, op vakantie op de camping in Frankrijk op Italië kom je altijd wel iemand uit Venlo tegen. Venlonaren heb ik dit jaar nog niet gezien (behalve mijn zus en Welters en Welters, maar kom je boven op een berg in Nepal een verdwaalde Braziliaan tegen,
vraagt ie: waar kom je vandaan?
ik: uit Nederland.
hij: waar uit Nederland? Meestal zeg ik dan maar Amsterdam, dat kennen ze tenminste, nu zeg ik echter: Venlo.
Hij: He, daar ben ik ook geweest!
Ik: WAT???!!
Het blijkt een Braziliaan op wereldreis te zijn die ook even Venlo had aangedaan...

Goed, genoeg voor nu, ik hoop over een paar dagen op pad te zijn. Heb erg veel zin in de reis die voor me ligt. 3 juni terug zijn ga ik niet halen, maar voor 1 juli hoop ik toch wel weer in de buurt van Venlo ofwel Delft te zijn.......”











Mondiaal Platform Venlo: Geeft de wereld een gezicht!